Genus NL – D

DEZE BLADZIJDEN ALS PDF / DIESE SEITEN ALS PDF / THESE PAGES AS PDF
Contrastieve woordenlijst woordgeslacht Duits–Nederlands (versie 26 april 2017)
Kontrastive Wörterliste Genus Deutsch–Niederländisch (Version 26. April 2017)
Contrastive word list grammatical gender German–Dutch (version 26th April 2017)

Sommige woorden hebben in het Nederlands een ander geslacht dan in het Duits. De volgende
uitgebreide woordenlijst wil hierin helderheid brengen.
Afkortingen: o = onzijdig; m = mannelijk; v = vrouwelijk.

Einige Wörter haben im Niederländischen ein anderes Genus als im Deutschen. Die folgende ausführliche Wörterliste versucht Klarheit zu schaffen.
Abkürzungen: o = neutral; m = maskulin; v = feminin.

In Dutch, a number of words have a different grammatical gender as in German. The following extensive list of words may provide clarification.
Abbreviations: o = neutral; m = masculine; v = feminine.

De volgende woorden zijn beoordeeld op morfologische verwantschap, niét (alleen) op hun betekenis. De bekende kleinere lijstjes werken met het criterium betekenis, terwijl juist iemand die Duits schrijft, behoefte heeft aan het criterium verwantschap. Bewust zijn er daarom zogenaamde “valse vrienden” opgenomen. Dit zijn woorden die weliswaar niet (geheel) hetzelfde betekenen, maar ontegenzeggelijk met elkaar verwant en bevriend zijn. Bijvoorbeeld: Wald en woud; Bord en boord; Rahmen en raam; See en zee; Uhr en uur; Trieb en drift; Gesellschaft en gezelschap; enz.

Die folgenden Wörter sind bewusst, nicht nur anhand der Bedeutung, sondern auch aufgrund ihrer morphologischen Verwandtschaft beurteilt. Die bekannten, kleineren Listen arbeiten meistens nur mit dem Kriterium Bedeutung, wo der Deutschsprachige, der Niederländisch schreibt, oder umgekehrt, sich mehr sogenannte „falsche Freunde“ (valse vrienden, faux amis) wünscht. Solche Wörter sind zwar unleugbar miteinander verwandt, bedeuten aber nicht (ganz) dasselbe. Zum Beispiel: Wald und woud; Bord und boord; Rahmen und raam; See und zee; Uhr und uur; Trieb und drift; Gesellschaft und gezelschap; u. a.

Voor het woordgeslacht in het Nederlands staan garant:
Für das Genus der niederländischen Wörter bieten Gewähr:
The  grammatical gender of the Dutch words is guaranteed by:
1. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (Diverse drukken, Den Haag / Leiden / etc., 1882-2001. Zie: http://gtb.inl.nl/?owner=WNT);
2. Kramers’ Duits Woordenboek (12de druk, Den Haag, 1938);
3. Koenen Nederlands (27ste druk, Groningen, 1974);
4. Van Dale op www.vandale.nl.

De Duitse woorden staan in de spelling volgens:
Für die deutsche Rechtschreibung stehen ein:
The German words are spelled as in:
1. Wahrig Deutsches Wörterbuch (Ausgabe 2008, 8. Auflage, Gütersloh-München, Wissen Media Verlag GmbH);
2. Duden online op: www.duden.de/woerterbuch.

Overeenkomende morfologie, verschillend woordgeslacht
Ähnliche Morphologie, abweichendes Genus
Corresponding morphology, different grammatical gender

das A – de a (v) (de letter a)
Alle andere letters idem

der Abschied – het afscheid

der Abfall – het afval
Vgl. der Fall – de val (m)

die Abkehr – de afkeer (m) (valse vriend)

der Abschaum – het schuim / schuum der aarde (neerbuigend jegens bevolkingsgroep)
Vgl. der Schaum

die Abschrift – het afschrift
Vgl. die Schrift – het schrift, de heilige Schrift (v)

das Adeltum – de adeldom (m)
Vgl. das Christentum – het christendom

die Adresse – het adres

der Akkord – het akkoord

der Akzent – het accent

die AK47 – de AK47 (m)
Vgl. die Waffe – het wapen

der Alarm – het alarm

das Almosen – de aalmoes (v) (liefdegift aan een behoeftige)

der Altar – het / de altaar (zelden m)

die Angst – de angst (m / v)
Genitiefvorm “des angst(e)s” slechts in de Statenvertaling; Genitiv “des angst(e)s” nur in der Statenvertaling.

der Anker – het anker
Vgl. das Fallreep – de valreep (m)

die Anrichte – het aanrecht (buffet)

die Antwort – het antwoord

die Anzahl – het aantal

der Apparat – het apparaat

der Appell – het appèl

der Applaus – het applaus

die Arbeit – de arbeid (m)

der Arbeitslohn – het werkloon
Vgl. der Lohn

das Ärgernis – de ergernis (v) (valse vriend)

der Artikel – het artikel

die Art – de aard (m)

das As – de aas (m) (spelkaart)
Vgl. das Aas (o), die Aase (meerv.) – het lokaas (dingen om iets aan te lokken)

der Asbest – het asbest

der …-asmus – het …-asme
Alle woorden eindigend op -asme zijn in het Nederlands onzijdig, in het Duits mannelijk.
Alle Wörter die auf -asme enden, sind im Niederländischen neutral, im Deutschen maskulin.
Vgl. der Sarkasmus – het sarcasme
Vgl. der Enthusiasmus – het enthousiasme
u. a. / enz.

der Aspekt – het aspect

das Aspirin – het aspirientje, de aspirine (v)

der Aufenthalt – het oponthoud

der Aufsatz – het opzet (plan, voornemen) / de opzet (m) (indeling, voorwerp)

der Augenblick – het ogenblik

die Aussicht – het (voor)uitzicht

der Ausschuss (loop van een geweer/ bepaalde personengroep)  – het uitschot (neerbuigend jegens bevolkingsgroep) (valse vriend)
Vgl. der Schuss – het schot

das Auto – de auto (m)

das Automobil – de automobiel (m)

das Baby – de baby (m)

die Backe (Wange) – de bak(ke) (kaakbeen) (v, m) (valse vriend)
In de uitdrukking: iemand een kinnebak (v) geven. Ook in de samenstellingen: bakstuk, baktand.

die Back (Wassergefäß) – de bak (m) (beker, bekken, kelk, kuip, trog) (valse vriend)
Vgl. das Becken – het bekken

der Balkon – het balkon

der Ball – het bal (dansavond)

das Band, die Bänder – de band (m)
Vgl. das Tonband, das Haarband (o) – de geluidsband, de haarband (m)
Vgl. der Band (Plural: die Bände) – de band (m) (bepaald boek uit een reeks)

der Bankrott – het bankroet

die Barbe – de barbeel (m) (vissoort, een karperachtige vis)

der Befehl – het bevel

der Begriff – het begrip

das Beil (bijl met korte steel) – de / het bijl (v / zelden o) (hakwerktuig)
Vgl. die Axt – de aks (v)

der Beitrag – de bijdrage (v)
Vgl. der Eintrag – de schriftelijke bijdrage (v)

der Belang – het belang

die Belagerung – de belegering (v), het beleg

der Beleg (bonnetje, kwitantie; bewijs) – het beleg (broodbeleg;  bezet zijn, belegering) (valse vriend)

das Benzin – de benzine (v)

der / das Bereich – het bereik

der Bericht – het bericht (valse vriend)

der Beruf – het beroep, de roeping (v) (valse vriend)

der Bescheid – het bescheid (officiële papieren)

die Beschwerde – het bezwaar

der Besitz – het bezit

der Bestand (het bestand; het bestaan, bestendigheid) – het bestand (valse vriend)

der Besuch – het bezoek

der Beton – het beton
Vgl. der Salz, der Sand, der Speck, der Schwefel – het zout, het zand, het spek, de / het zwavel (m / v / o)
Vgl. das Wachs – de / het was, de / het wax

der Betrag – het bedrag
Vgl. der Eintrag – de schriftelijke bijdrage (v)

der Betrieb – het bedrijf

der Beweis – het bewijs

die Bibel – de Bijbel (m)

der Bildschirm – het beeldscherm
Vgl. der Schirm – het scherm

die Billiarde – het biljart (hoofdtelwoord, 100 biljoen)

die Billion – het biljoen (hoofdtelwoord)

die Binde – het verband / de band (m)

die Birke – de berk (m) (boomsoort)
Vgl. die Birke – de berke (v) (Middelnederlandse nevenvorm eindigend op -e)
Vgl. die Buche, die Eiche, die Erle, die Fichte, die Kastanie, die Lärche, die Pappel, die Tanne, enz.

In het WNT worden boomnamen veelal als mannelijk aangeduid om recht te doen aan de behoefte aan één algemeen geslacht voor bomen (commuun genus). Echter, de boomnamen hebben veelal een vrouwelijke nevenvorm eindigend op -e. Bovendien duiden vele eigennamen op een vrouwelijk geslacht, zoals: Van der Beuk, Van der Den, enz.

der Block – het blok

die Blüte – de bloei (m) (valse vriend)

das Boot – de boot (m / v)

der Bord (Schriffsrand) – de / het boord (m / o) (beide geslachten bij schepen en hemden)

der Braten – het gebraad

der Brei – de brij (m / v)

die Brille – de bril (m)

die Bronze – het brons (bronzen beeld)

die Buche – de beuk (m / v)
Vgl. die Birke, die Eiche, die Erle, die Fichte, die Kastanie, die Lärche, die Pappel, die Tanne, enz.

das Bündel – de bundel (m)

die Bürste – de borstel (m)

der Busch – het bos (valse vriend)

die Card – de card (m / v) (bankkaart, kredietkaart)
Vgl. das / der Hashtag – de hashtag (m)

das Catering – de catering (m)
Vgl. das / der Hashtag – de hashtag (m)

das Chaos – de chaos (m)

der Charakter – het karakter

das Croissant – de croissant (m)

das Datum – de datum (m)

die Dauer – de duur (m)

die Debatte – het debat

der Debit – het debiet

die Decke – het dek (bedekking in bed), de deken (v)
Vgl. das Deck – het dek (scheepsdek, vloer op een schip)

der Deckel – het / de deksel (m)

der Defekt – het defect

die Deiche – de dijk (m)

der Dekor – het decor

der Dialekt – het dialect

die Diät – het dieet

das Diesel – de diesel (m)

der Diskont – het disconto

der Disput – het dispuut

der Distrikt – het district

die Dividende – het dividend

die DNA – het dna
Vgl. das WC –  de / het wc (v / m / o)

Het Duits kiest voor het geslacht van het grondwoord „analyse“ (v), terwijl het Nederlands „dna” als zelfstandig begrip opvat en het overeenkomstige acroniem het onzijdige geslacht verleent.

Das Deutsche entscheidet sich fürs Genus des Grundwortes „Analyse“, wo das Niederländische „dna“ als einen selbständigen Begriff auffasst und dem dementsprechenden Akronym das neutrale Genus beimisst.

das Do – de do (v) (eerste toon van de toonladder)
Andere toonhoogten idem / Sonstige Tonstufen idem: do, re, mi, fa, sol, la, si

die Domäne – het domein

das Echo – de echo (m)

der Effekt – het effect

die Eiche – de eik (m) (boomsoort)
Vgl. die Eiche – de eike (v) / de eeke (v) (Middelnederlandse nevenvormen eindigend op -e)
Vgl. die Birke, die Buche, die Erle, die Fichte, die Kastanie, die Lärche, die Pappel, die Tanne

die Eichel – de eikel (m) (boomvrucht) (diminutief suffix -el)

das Eigentum – de / het eigendom (als juridische term mannelijk)
Vgl. der / das Euter – de / het uier (m / o)

Vergelijk met het neutrum in soortgelijke, bijzondere gevallen, zoals bij: interesse, persoon, mens, uier. Dit neutrum-gebruik kan pejoratief zijn, zoals bij “het mens”, “het heerschap” maar ook bij “het schuim der aarde”, of ook dialectisch, of ook stammen uit vaktaal. Het laatste wordt goed geïllustreerd door het wisselende geslacht van “uier”, waarbij mutatis mutandis, het Duits en Nederlands eenzelfde verschil maken.

Vergleiche das Neutrum in entsprechenden Sonderfällen, wie bei: interesse, persoon, mens, uier. Der Einsatz des Neutrum kann entweder pejorativ sein, wie bei „het mens“, „het heerschap“, aber auch „het schuim der aarde“, oder dialektisch, oder dem Jargon entstammen. Letzteres wird einem beispielhaft klar anhand des wechselnden Geschlechts von „Euter“, wo gegebenenfalls das Deutsche und Niederländische einen ähnlichen Bedeutungsunterschied machen.

das Einhorn – de eenhoorn (m)

die Einsicht – het inzicht

der Eintrag (schriftelijke notitie) – de bijdrage (v) (valse vriend)

das Elend – de ellende (v)

das / die E-Mail – de e-mail (m)

der Enthusiasmus – het enthousiasme
Zoals alle woorden die eindigen op -asmus
Wie alle Wörter die enden auf -asmus

der Entschluss – het besluit

der Entwurf – het ontwerp
Vgl. der Wurf – de worp (m), de werp (m), de wurp (m)

die Epistel – het epistel

das / die Erkenntnis – de kennis (v) (het inzicht) (valse vriend)
Vgl. die Idee – het / de idee (v)
Vgl. die Kenntnis – de kennis, het kennen, de wetenschap (v) (valse vriend)

das Erlebnis – de belevenis (v)

der Erfolg – het gevolg (succes, uitslag, resultaat, afloop)
Vgl. der Misserfolg (het fiasco, het echec, de mislukking)

die Erle – de els (m) (boomsoort)
Vgl. die Erle – de else (v)
Vgl. die Birke, die Buche, die Eiche, die Fichte, die Kastanie, die Lärche, die Pappel, die Tanne, enz.

der / das Euter – de / het uier (m / o)
In beide talen gebruikt de melkveehouder het jargon en dienovereenkomstig het onzijdig.
In beiden Sprachen verwendet der Milchviehzüchter Jargon und demgemäß das Neutrum.

der Extrakt – het extract

der Exzess – het exces

die Facette – het facet

die Fahne – het vaandel
Vgl.  de / het  vaan (v / o) (banier)

die Fähre – het veer

die / das Falafel – de falafel (m)

der Fallschirm (parachute) – het scherm (valse vriend)
Vgl.  der Schirm – het scherm

das Fallreep (Mittelniederdeutsch) – de valreep (m)

die / das Fatwa – de fatwa (v / m)

das Fax – de fax (m)

das Feedback – de feedback (m)

die Filiale – het filiaal

das Finale – de finale (v)

das Finish – de finish (m)

der Firnis – het / de vernis (o / m) (sneldrogende gomlak voor schilderijen en meubelen)
Voorheen vooral dialectisch m, tegenwoordig meestal m en slechts weinig maal o.
Ehemals meistens dialektisch maskulin, heute meistens maskulin und noch wenig neutral.

die Fläche – het vlak, de vlakte (v)

der Flachs – het vlas

der Fleck / der Flecken – het / de vlek (m) (dorp, gehucht, buurtschap)
Vgl. der Fleck – de vlek (m) (ongerechtigheid, smetvlek)

der Fleiß – de vlijt (v)

der Floh – de vlo (v)

der Flug – de vlucht (v) (vogelvlucht, vlucht per vliegtuig)
Vgl. der Abflug – het vertrek van het vliegtuig
Vgl. die Flucht – de vlucht (v)

die Folge – het gevolg (uitwerking, volgreeks)

der Fonds – het fonds

das Foto – de foto (v) (afkorting van fotografie)

der Frieden – de vrede (m / v)

die Front (weerfront en militair front) – het front

die Fuhre (vrachtwagenlading, wagenvracht) – het voer (valse vriend)
Vgl. das Futter – het voer

der Fußball – het voetbal(spel) / het voetballen
Vgl. der Fußball – de voetbal (m) (de bal waarmee gespeeld wordt)

die Gaffel – de gaffel / de gavel (v / m) (tweetandige hooivork of maststeun) (valse vriend)

die Gala – het gala (valse vriend)
Vgl. der Ball – het bal (dansavond)

die Galabiya – de djellaba (m)

die Gardine – het gordijn

die Garnitur – het garnituur

der Garten – de gaard (m) (valse vriend)
Vgl. der Zaun – de tuin (m) (valse vriend)

der Garten – de gaarde (v) (lusthof) (valse vriend)
Vgl. de gaard (m) (tuin)

die Gaze – het gaas

die Gebärde – het gebaar

der Gebrauch – het gebruik
Vgl. der Brauch

die Geduld – het geduld

der Gefallen – de bevalling (v), het beval (behaaglijkheid) (valse vriend)

das Gefängnis – de gevangenis (v)

der Gegenentwurf – het tegenontwerp
Vgl. der Wurf – de worp (m), de werp (m), de wurp (m)
Vgl. der Entwurf – het ontwerp

der Gegenstand (ding, thema, onderwerp) – de tegenstand (m) (valse vriend)

der Gehalt – het gehalte (valse vriend)

die Genüge – het genoegen (genoegen doen) (valse vriend)
In: “Jemandes Ansprüchen Genüge leisten oder tun”
Vgl. das Vergnügen

der Genuss – het genot

das Gepäck (bagage) – het pak

die Geranie – de geranium (v)

die Gesandtschaft – het gezantschap

der Gesang – het gezang, de zang (m), het zingen

die Gesellschaft – het gezelschap (valse vriend)

der Geschäftsbereich (alle bezigheden van een onderneming) – het ondernemingsbereik, het bereik van een onderneming
Vgl. der Bereich – het bereik

die Geschwulst – het gezwel

das Geschwür – de zweer (m) (valse vriend)

das Getränk – de drank (m) / de drankjes (o)
Vgl. der Trank

die Gewalt – het geweld (valse vriend)

der Gewinn – het gewin (valse vriend)

die / der Gischt – de gist (v) (valse vriend)

der Glaube – het geloof (overtuiging)

die Glut – de gloed (m)

der Gram – de gramschap (v) (een recht op iets; “zijn gram halen”)
Vgl. der Gram – de gram (m) (gramschap, toorn; wrevel, bitterheid)
Vgl. das Gramm (meeteenheid) –  het gram

das Haar – de haar (m) (de ene haar i.t.t. het haar als haardos)

das Haftpflaster – de hechtpleister (v)
Vgl. das Pflaster – het pleister (pleisterwerk op muren)
Vgl. das Pflaster – de pleister (v) (wondpleister)

das Halstuch (Plural: Halstücher) – de halsdoek (m)
Vgl. das Tuch (o), (Plural: Tuche) – het (schilders-)doek (o)

die Handschrift – het handschrift
Vgl. die Heilige Schrift – de heilige Schrift (v)

das Handtuch – de handdoek (m)
Vgl. das Tuch en das Halstuch (zie boven / siehe oben)

das Happening – de happening (v)

die Harpune – de harpoen (m)

das Harz – het / de hars (v of o) (kleverige vloeistof)

das / der Hashtag – de hashtag (m)
Vgl. die Card – de card (m / v) (bankkaart, kredietkaart)
Vgl. das Catering – de catering (m)
Vgl. der Computer – de computer (m)
Vgl. das Hobby – de hobby (m)
Vgl. das Make-over – de make-over (m)
Vgl. das Make-up – de make-up (m)
Vgl. das Radio – de radio (m)

Een leenwoord uit het Engels welks geslacht zwenkt tussen mannelijk en onzijdig in het Duits – de woordenboeken verkiezen het onzijdig – terwijl Nederlandstaligen voor het commune genus “de” kiezen en het zodoende onbewust als mannelijk aanmerken.

Ein Lehnwort aus dem Englischen dessen Geschlecht zwischen Maskulinum und Neutrum schwankt – Wörterbücher bevorzugen das Neutrum –, wo die Niederländischsprachigen sich fürs Genus utrum „de“ entscheiden und es so unbewusst als maskulin bezeichnen.

der Haushalt – het huishouden

das Heck (hinterster Teil eines Schiffes) – het hek (scheepsspiegel) (valse vriend)

die / der Helling – de helling (v) (valse vriend)

der Henkel – het hengsel
Vgl. die Spuke – het speeksel

die Herrschaft – het heerschap (neerbuigend jegens manspersoon, “mannetje”)

das Hindernis (beletsel) – de hindernis (v) (valse vriend)

der Hirsch – het hert
Vgl. das Reh – het / de ree (o / v)

das Hobby – de hobby (m)

der Hopfen (Pflanze für die Bierherstellung; mittelhochdeutsch hopfe, althochdeutsch hopfo) – de / het hop (v / m/ o) (bij bierbereiding gebruikte plant; middelnederlands hop(pe), huppe, (v))
Vgl. der Beton – het beton
Vgl. der / das Euter – de / het uier (m / o)
Vgl. der Flachs – het vlas
Vgl. das Pech – de / het pek (v / o)

Het WNT bombardeert “hop” eenvoudigweg en uitsluitend tot een vrouwelijk woord, waarbij het steunt op oudere tekstfragmenten waarin een langere vorm in het vrouwelijk voorkomt, in de genitief: “der hoppe”. De vorm “hoppe” is in de zeventiende eeuw nog courant; de laatste lettergreep is nog niet uitgestoten (apokope). Maar was “hoppe” altijd in die eeuw en bij iedereen vrouwelijk of werd het soms naar believen verbogen? Het gebruik van “het hop” bij bierbrouwers duidt op jargon.

Vergelijk, bijvoorbeeld, het springende geslacht van het woord “aerde” door Hugo de Groot, Grotius, in diens Bewys van den waren Godsdienst In ses Boecken ghestelt uit 1622. Hieronder volgen drie fragmenten, waarin het woord van mannelijk naar vrouwelijk springt, waarbij dit voor het metrum niet nodig zou zijn geweest. In het eerste geval is er sprake van een bijwoordelijke bepaling van plaats “des aerdes” in de tweede naamval mannelijk of onzijdig. In het tweede geval is er sprake van een bijwoordelijke bepaling met het voorzetsel “op”, dat bij Grotius blijkbaar de derde naamval (locatief) krijgt, hier in het vrouwelijk. In het derde geval staat “der aerde” in de tweede naamval tussen de circumpositie “om… wil”) vrouwelijk. Zoveel mogelijk is de originele spelling en typografie overgenomen, uit de eerste druk. Nota bene: “sijns moeders lach”!

Drie fragmenten uit “Bewys van den waren Godsdienst” van Grotius:
I. [Eerste Boeck, bladzijde 15, regel 1-4]
Wanneer het sonne licht nae duysend jaer sou tane/
Wanneer des aerdes schaeu’w verduyst’ren sou de Mane:
Den Soon oock die genaemt was nae sijns moeder lach/
End’ hoe dat hy bereyd wierd tot den offerflagh:

II. [Tweede Boeck, bladzijde 24, regel 5-7]
’t Welck niet en konde zijn/ten ‘waere’ sy dan verklaerde
Dat Jesus self by haer gesien was op der aerde
Nae dat hy was gekruyst.

III. [Eerste Boeck, bladzijde 8, regel 9-10]
t Is om der aerde wil dat sy den dagh gaen wekken

die Höhle – de holte (v), het hol
Vgl. die Hülle – het omhulsel (valse vriend)
Vgl. die Hülse – de huls (v)
Vgl. die Rinne – de heul (v) (middelnederlands hole, hool, heul(e), huel)

die Hülle – het omhulsel (valse vriend)
Vgl. die Hülle – het omhulsel (valse vriend)
Vgl. die Hülse – de huls (v)

Vgl. die Rinne – de heul (v) (middelnederlands hole, hool, heul(e), huel)

die Idee – de / het idee (vrouwelijk in de betekenis: concept)

das Idyll – de idylle (v)
Vgl. die Idylle (gedicht)

das Impala – de impala (m) (diersoort)

die Initiative – het initiatief

der Intellekt – het intellect

das Interesse – de interesse (v) (voorliefde, belangstelling)
Vgl. das Interesse – het interesse (belang)

die Intifada – de intifada (v / m) (leenwoord uit het Arabisch / Lehnwort aus dem Arabischen)
Vgl. die Scharia, die Sure

das Inventar – de inventaris (m)

der  …-ismus – het …-isme
Alle woorden eindigend op -isme zijn in het Nederlands onzijdig, in het Duits mannelijk.
Alle Wörter die auf -isme enden, sind im Niederländischen neutral, im Deutschen maskulin.
Vgl. der Sozialismus – het socialisme
Vgl. der Parlamentarismus – het parlamentarisme
Vgl. der Leninismus – het leninisme
u. a. / enz.

die Issel – de IJssel (m) (naam van rivier)

die Jacht (Jachtschiff) – het jacht (boot)
Vgl. die Jagd – de jacht (v) (wild achtervolgen)

die Jacke – het jack (valse vriend)

der Jargon – het jargon

das Kabel – de kabel (m) (touw)

der Kaffee – de koffie (v / m)

das Kamel – de kameel (m)

der Kampf – het kamp (legerplaats, verzameling barakken, afgepaald grondstuk) (valse vriend) Vgl.  de kamp (m) (strijd, worsteling)

der Kanal – het kanaal

das Kanapee – de canapé (m)

der Kanton – het kanton

das Känguru – de kangoeroe (m)

das Kap – de kaap (v) (landtong; vooruitstekende, hoge landpunt)
“De Kaap” is een woord voor en van zeevarenden. Het Neder-Duitse vergelijkingsmateriaal is daarom groot!
In: Das Kap der Guten Hoffnung – Kaap de Goede Hoop
Vgl. das Boot – de boot (m / v)
Vgl. der Bug – de boeg (m)
Vgl. das Heck (hinterster Teil eines Schiffes) – het hek (scheepsspiegel) (valse vriend)
Vgl. der Rhein – de Rijn (m) (naam van rivier)
der See (das Meer, das Binnengewässer) – het meer (v) (valse vriend)
Vgl. die Werft (aus dem Niederdeutschen) – de werf (v / m, zelden o)
u. a. / enz.

der Karton – het karton (materiaal en dozen)

der Käse – de kaas (v)

die Kastanie – de kastanje (m) (boomsoort)
Vgl. die Kastanie – de kastanje (v) (vrucht van kastanje)
Vgl. die Birke, die Buche, Eiche, die Erle, die Fichte, die Lärche, die Pappel, die Tanne

das Kilo – de kilo (afkorting van kilogram)

das Kinn – de kin (v)

die Klage – het beklag, de klacht (v)

das / der Knäuel – het / de kluwen (v)

der Knauf (kapiteel, handvat van een degen) – de knop (m) (valse vriend)
Vgl. die Knospe (zie daar / siehe ebenda)

das Knie – de knie (v)

die Knospe (beginsel van blad of bloem) – de knop (m) (valse vriend)
Vgl. der Knauf (kapiteel, handvat v.e. degen) – de knop (m) (valse vriend)
Vgl. der Knopf – de knop (m) (handvat en kledingsluiting)
Vgl. der Knoten – de knoop (m) (knoop in touw)
Vgl. die Knülle (kreuk) – de knoop (m) (valse vriend)

die Kolbe – de kolf (v / m) (valse vriend)
In het Nederlands de geapocopeerde vorm “kolf” van het middelnederlandse “kolve”, met dezelfde afstamming als in het Oudhoogduits: kolbo (sterk, mannelijk substantief). In vergelijk met “der Kolben” is er betekenisverschil dat aangeduid wordt door middel van een ander genus.
Vgl. die Idee – de / het idee
Vgl. das Mal – de / het maal
Vgl. der Mensch – het mens (neerbuigend jegens vrouwspersoon)
Vgl. der Schild (Plural: Schilde) (borstwering en familiewapen) – het schild

der Kolben – de kolf (v / m)
Siehe: die Kolbe – de kolf (v / m)

der Komfort – het comfort

das Komma – de komma (m) (in WNT m, v, o; v en o in onbruik)

der Kommentar – het commentaar

der Kompass – het kompas

die Kompresse – het kompres

der Komplex – het complex

der Konflikt – het conflict

der Kongress – het congres

der Kontinent – het continent

der Kontrakt – het contract

der Kontrast – het contrast

der Konvoi – het konvooi

der Konzern – het concern

der Körper (lichaam) – het corpus

der Korpus – het corpus

der Krampf – de kramp (v) (stuiptrekking)

der Kredit – het krediet

der Kreml – het Kremlin
Vgl. der Vatikan – het Vaticaan
Maskulines Lehnwort aus dem Russischen / In het Duits: mannelijk leenwoord uit het Russisch

der Kreuzungspunkt – het kruispunt

der Kristall – het kristal

das Krokodil – de krokodil (m)

die Kugel – de kogel (m)

der Kümmel – de kummel (v in Kramers; m in WNT) (karwijzaad)

die Kuppel – de koepel (m) (overwelving)

die Lache (mittelhochdeutsch rückgebildet aus lachen) – de lach (m) (valse vriend)
Vgl. das Lachen – de lach (m)
Vgl. das Lächeln – de glimlach (m)

die Landschaft – het landschap

die Lärche – de lariks (m) / de lork (m)
Vgl. die Birke, die Buche, Eiche, die Erle, die Fichte, die Kastanie, die Pappel, die Tanne

das Laster – de laster (m)

der Laut – het geluid (valse vriend)

das Layout – de layout (m)

der Leib – het lijf (valse vriend)

die Leiche – het lijk

der Lenz – de lente (v) (voorjaar)

das Lob – de lof (m) (loftuiting)

der Lohn – het loon

die Luke – het luik (valse vriend)
Vgl. die Dachluke (het dakraampje)

die Maas – de Maas (m) (naam van rivier)

der Mais – het mais
Vgl. die Gerste – de gerst (v)
Vgl. das Getreide – de tarwe (v)

das Make-up – de make-up (m)
Vgl. das / der Hashtag – de hashtag (m)

das Make-over – de make-over (m)
Vgl. das / der Hashtag – de hashtag (m)

das Mal – de maal (tijdstip, keer)
Das Mal in “bis zum nächsten Mal!” Maar,“das Mahl” in de zin van de maaltijd, heeft weer hetzelfde geslacht:“het maal”.

das Manöver – de manoeuvre (v)

die Marke – het merk

das Marketing – de marketing (v)

der Markt – de markt (v)

der Marmor – het marmer

das Maß – de maat (v)
Vgl. die Maß – de maat (v) (Beierse biereenheid)

die Matratze – de / het matras (v / o)

die Mauer – de muur (m / v)

das Maul – de muil (m / v) (bek, snuit)

die Medizin – het medicijn (valse vriend)

der Mensch – het mens (neerbuigend jegens vrouwspersoon)
Vgl. der Mensch – de mens (m) (het mensdom)

das Meter – de meter (m) (lengtemaat)

die Milliarde – het miljard (hoofdtelwoord)

die Million – het miljoen (hoofdtelwoord)

das Mikrofon – de microfoon (m)

das Mikroskop – de microscoop (m) (o in WNT; o in onbruik)

der Missbrauch – het misbruik
Vgl. der Brauch

die Mitte – het midden

der Moment (Zeitpunkt) – het moment
Vgl. das Moment (ausschlaggebender Umstand)– het moment

der Monat – de maand (v)

der Mond – de maan (v)

der Morast – het moeras

die Mühle – de molen (m)

das Müsli – de muesli (m)

die Naht – de naad (v / m)
Het geringe gebruik van de genitiefvorm “des naads” uit voornamelijk de negentiende eeuw, terwijl “der naad” wel degelijk en vaker voorkomt, hierbij gesteund door het voorkomen van de eigennaam “Van der Naad” duidt zondermeer op een voorkeur voor v.

die Nacht – de nacht (m / v)
Merk op dat de Duitse tijdsbepaling “des Nachts” het lidwoord van het mannelijke genus optekent.

Bemerke, dass die deutsche Zeitangabe „des Nachts“ den Artikel des Maskulinums verzeichnet: Des Nachts.

der Nachwuchs (nakomelingen) – het nagewas (deel der planten dat later nagroeit) (valse vriend)
Vgl. das Wachstum, der Wucher, der Wuchs – het groeien, de groei (m), de woeker (m)

die Nase – de neus (v / m) (WNT meldt m, maar genitiefvorm “des neuzes” komt niet.voor)
Vgl. andere gezichts- en lichaamsonderdelen

der Norden – het noorden

der Nordosten – het noordoosten

der Nordsüden – het noordzuiden

der Nordwesten – het noordwesten

die Not – de nood (v / m)
Vgl. tenauwernood (v); desnoods (m)

die Nummer – het nummer

der Nutzen – het nut

die Nuss – de noot (m)

das Öl – de olie (v)

die Orgel – het orgel
Vgl. das Piano, die Violine – de piano (v), de viool (v)

der Ornat – het ornaat

der Ort – het oord (o, zelden m)

der Osten – het oosten

das Outfit – de outfit (m)

der Palast – het paleis

die Palette – het palet

das Paradox(-on) – de paradox (v)

der Parcours – het parcours

die Pappel – de populier (m) / de pappel (m) / de peppel (m) (boomsoort)
Vgl. die Birke, die Buche, die Eiche, die Erle, die Fichte, die Kastanie, die Lärche, die Tanne

der Park – het park

die Parole – het parool

der Pavillion – het paviljoen

das Pech – de / het pek (v / o)
Vgl. der Beton, der Salz, der Sand, der Satin, die Scheiße, der Schwefel, der Speck, der Tabak  – het beton, het zout, het zand, het satijn, de / het schijt (meestal m, soms o), de / het zwavel (meestal v, soms m, in het zuiden o), het spek, de tabak (m), en vele andere!
Vgl. das Pech – het pech

Het Nederlands heeft de neiging om bulkgoederen, waaronder bouwmateriaal en etenswaar, het neutrum te geven. Zulke zaken zijn letterlijk colli; het neutrum is in het Nederlands ook het geslacht voor het collectivum.

die Pension – het pension, het pensioen

die Person – de / het persoon (m / v / o)
Vgl. der Mensch – het mens (neerbuigend jegens vrouwspersoon)
Vgl. interesse – de / het interesse (v / o) (belang) Ook wel: de interest (m)

Het Duits is in grammaticaal opzicht ronduit consequenter en zo ook hier: persona is een leenwoord uit het Latijn en verkrijgt zodoende in het Duits ook het vrouwelijke geslacht, ongeacht het biologische geslacht van een mogelijk daadwerkelijk levende mens die in voorkomende gevallen door dit woord wordt aangeduid. Genus non est sexus.

Das Deutsche ist auch hier in grammatischer Hinsicht konsequenter: Persona ist ein Lehnwort aus dem Latein und ist auf Grund dessen in deutscher Sprache ebenfalls feminin, egal ob nun die biologische Person männlichen oder weiblichen Geschlechts ist. Genus non est sexus.

das Petroleum – de petroleum (v)

der Pfad – het pad

das Pflaster – de pleister (v) (hechtpleister op wonden)
Vgl. das Haftpflaster – hechtpleister (v) (wondpleister)
Vgl. das Pflaster – het pleister (o) (pleisterwerk op muren)

der Pferch – het perk (valse vriend)

die Pfote – de poot (m) (lid van een dierenlichaam)

das Piano – die piano (v)
Vgl. die Orgel, die Violine – het orgel, de viool (v)

die Pike – de piek (v / m)

die Pinsel – het penseel

die Pistole – het pistool
Vgl. das Gewehr – het geweer

der Plan – het plan

der Planet – de planeet (v)

der Platz – de plaats (v)

der Plebs – het plebs

das Portefeuille – de portefeuille (v)

das Portemonnaie – de portemonnee (v)

die Positur – het postuur (valse vriend)

das Poster – de poster (m)

das Präludium – de prelude

der Profit – het profijt

der Protest – het protest

der Prozess – het proces

das Pulver – het / de poeder (o / v)
Vgl. der Puder (kosmetisch) – het poeder (cosmetisch)

der Punkt – het punt

der Purper – het purper

der Quarz – het / de kwarts (o / v)

das Radio – de radio (m)

das Ragout – de ragout (m)

der Rahmen (het kader, het raamwerk) – het raam (valse vriend)

das Ranking – de ranking (v)

das Reep – de reep (m) (dik touw, een strook lands; scheepvaartjargon)
Vgl. das Fallreep – de valreep (m)

der Refrain – het / de refrein (zelden m)

das Reh – het / de ree (hertensoort) (o / v, zelden m)
Vgl. der Hirsch – het hert

der Reim – het / de rijm (o / v)

der Rekord – het record

der Respekt – het respect

die Reue – de rouw (m) (valse vriend)

das Revier (jachtgebied, rechtsgebied) – de rivier (v) (valse vriend)
Vgl. das Revier – het revier (district, jachtgebied)

der Rhythmus – het ritme

die Riegel – de richel (v / m)

das Rittertum – het / de ridderdom (m)
Vgl. das Christentum – het christendom; das Adeltum – de adeldom (m)

der Rost – het / de roest (o, m / v)

der Ruß – het roet (roetaanslag in een schoorsteen)

die Saat – het zaad (valse vriend)

der Saft – het sap

die Saison – het seizoen

der Saldo – het saldo

der Salz – het zout
Vgl. der Beton, der Sand, der Schwefel, der Speck,– het beton, het zand, de / het zwavel (m / v / o), het spek

der Sand – het zand
Vgl. der Beton, der Salz, der Schwefel, der Speck,– het beton, het zand, de / het zwavel (m / v / o), het spek

der Satin – het satijn
Vgl. das Pech – de / het pek (v / o)

der Sattel – het zadel

die Scharia – de sharia (v / m)

das Scharmützel – de schermutseling (v)

die Schau – de schouw (v / m) (valse vriend)

der Schaum – het schuim (zeer zelden m)
Vgl. der Abschaum (neerbuigende term: het schuum der aarde!)

die Scheiße – de / het schijt (m, in Zuid-Nederlands meestal o)
Vgl. die Schiete / der Schiet (Norddeutsch, salopp; Gemeinheit, Kot, Scheiße, Stuhlgang) –
de / het schijt
(m, in Zuid-Nederlands meestal o)
In: het schijten hebben aan… / het schijt krijgen van…
Vgl. Beton, Kohle, Flachs, u. a.
Vgl. beton, kool, vlas, enz.

der Scheitel – de scheiding (v) (onder andere scheiding in het haar) (valse vriend)

der Scherz – de scherts (v) (grappenmakerij)

Vgl. die Schiete / der Schiet (Norddeutsch, salopp; Gemeinheit, Kot, Scheiße, Stuhlgang) –
de / het schijt (m, in Zuid-Nederlands meestal o)
In: het schijten hebben aan… / het schijt krijgen van…
die Scheiße – de / het schijt (m, in Zuid-Nederlands meestal o)

der Schild (Plural: Schilde) (borstwering en familiewapen) – het schild
In: “Einen Löwen als Wappentier im Schild führen.“
Vgl. das Schild (Plural: Schilder) – het bord (o), het opschrift (o)
Vgl. die Idee – de / het idee (v / o)

das Schilf – de schelf (v) (valse vriend) (riet- of hooiophoping; Schelfzee)

der Schirm – het scherm

der Schleim – het / de slijm (o / m)

der Schlitten – de sle(d)e (v)

der Schluss – het slot (einde)
Vgl. das Schloss, die Schlösser (meerv.) – het slot (o) (voor een sleutel, kasteel) (o)

die Schnake (Stechmücke; langpootmug) – de snaak (m) (slungel, brutale jongeman) (valse vriend)
Verwant via het werkwoord snakken; middelhoogduits: “snacken”.
Mit dem mittelhochdeutschen Verb “snacken” verwandt.

der Schnee – de / het sneeuw (v / m / o) (uiterst zelden o; tegenwoordig meestal m)

die Schnur (het koord) – het snoer (valse vriend)

der Schotter (puin, gesteente in rivieren, riviersediment) – het geschut / het geschot (schiettuig, het afgeschotene) (valse vriend)
Vgl. der Schoss, der Schössling, der Schoß, die Schoß, das Schott, der Schuss, der Schutt

der Schoß – de schoot (m) (inz. lichaamsdeel of kledingdeel onder de gordel)
Vgl. die Schoß – het / de schort (o / v) (kledingstuk)

die Schulter – de schouder (m)

der Schuss – het schot (geweerschot)
Vgl. der Schoss, der Schössling, der Schoß, die Schoß, das Schott, der Schotter, der Schutt

die Schüssel – de schotel (v / m)

der Schutt (gruis, gesteente, bergpuin) – het geschut / het geschot (schiettuig, het afgeschotene) (valse vriend)
Vgl. der Schoss, der Schössling, der Schoß, die Schoß, das Schott, der Schotter, der Schuss

die Schwäche – de zwak (m) (zwikkende gang van karren en wagens) (valse vriend)
Vgl. die Schwäche – het zwak (in de uitdrukking: “een zwak hebben voor“, voor iets vallen)
Vgl. die Schwäche – de zwakte (v)

die Schwäche – het zwak (in de uitdrukking: “een zwak hebben voor“, voor iets vallen – eine Schwäche für etwas oder jemanden haben)
Vgl. de zwak (m) (zwikkende gang van karren en wagens) (valse vriend)
Vgl. die Schwäche – de zwakte (v)

das Schawarma – de shoarma (v / m)

der Schwefel – de / het zwavel (m / v / o) (Koenen geeft m)
Vgl. der Beton, der Salz, der Sand, der Speck  – het beton, het zout, het zand, het spek

der Schweiß – het zweet

der See (das Meer, das Binnengewässer) – het meer (v) (valse vriend)
Vgl. die See – de zee (v)
In de betekenis van meer of binnenzee is het “der See”; de volle open zee wordt vrouwelijk: “die See”. Een nóg grotere zee, wordt als “das Meer” aangeduid, en dan is er ook het woord “der Ozean”.

die Serviette – het servet

das Shampoo – de shampoo (m)

die Sicht – het zicht
Vgl. die Umsicht – de omzichtigheid (v)

das Sieb – de zeef (v)

der Sieg – de zege (v) (overwinning)

die Siele – het zeel (voerriem, draagriem, touwen werktuig)

das Silo – de silo (m)

der Sirup – de siroop (v)

die Sitzfläche – het zitvlak
Vgl. die Fläche (oppervlak, handpalm) – de vlakte (v) (valse vriend)

das Sofa – de sofa (v / m)

der Sold – de soldij (v)

das Solo – de solo (m) (solo-optreden)

der Soziolekt – het sociolect

der Span – de spaan (v)

der Spaten – de spade (v)

der Speck – het spek
Vgl. der Beton, der Salz, der Sand, der Schwefel – het beton, het zout, het zand, de / het zwavel (m / v / o)

der Speer – de speer (v)

die Speise (het gerecht) – de spijs (v) (valse vriend)

der Spieß – de spies (v)

die Spitze – het / de spits (v)

der Sporn – de spore (v)

die Spucke – het speeksel

die Spur – het spoor

der Stahl – het staal

die Station – het station (valse vriend)
Vgl. das Gepränge / der Prunk – de statie / staatsie (v) (praal, vertoon, optocht)

der Staub – het stof (stofdeeltjes op voorwerpen)
Vgl. der Stoff (m) – de stof (m) (de materie, textiel, studiestof)’

der Stempel – de / het stempel (m / o) (valse vriend)

der Stern – de ster (v)

die Steuer – het stuur (valse vriend)
Vgl. das Steuer – het stuur (onderdeel rijtuig)

der Stift (pen, puntig voorwerp) – / de stift (v) (valse vriend)
Vgl. das Stift (gesticht) – het stift (gesticht)

der Stolz – de stoutmoedigheid (v), de stoutheid (v) (middelnederlands stout en stolt; trots (m)) (valse vriend)

die Stoppel – de stoppel (m, zelden v)
Vgl. der Stoppel (Österreichisch; Stöpsel) – de / het kurk, kork (v / o)

der Strand – het strand

das Studio – de studio

das Studium – de studie (v)

der Sturz  – het / de stort (o, v / m) (stortplaats voor vuilnis) (valse vriend)

die Sucht (ziekte, aandoening) – de zucht (m) (diepe ademhaling)
Vgl. de bleek-, de geelzucht (v)

der Sud – de zodde (v), de zood (v), de zooi (v) (bezinksel; moeras, modderpoel, zompige landstrookje, drijvend eilandje) (valse vriend)
Waarschijnlijk verwant via het werkwoord “zieden”.
Wahrscheinliche Verwandtschaft mit dem Verb “Sieden”.

der Süden – het zuiden

der Südosten – het zuidoosten

der Südwesten – het zuidwesten

die Sühne – de zoen (m) (verzoening, genoegdoening, offer)

der Sumpf – de zomp(e) (v / m) (veelal vrouwelijk, o.a. Guido Gezelle)

die Sure – de soera (v / m)

das / der Tandem – de tandem (m)

das Tape – de tape (m) (strook, plakband)

das Tandem – de tandem (m)

der Tarif – het tarief

die Taste (knop, pedaal) – de tast (m), het tasten (het bevoelen / tastzin) (valse vriend)

das Taxi – de taxi (m)

der Teer – het / de teer (o / v)

der Teig – het / de deeg (zelden m)

der / das Teil – het deel
Vgl. das Urteil – het oordeel
Vgl. der Vorteil – het voordeel

das Telefon – de telefoon (m)

die Tide (de tijd, het getijde “vloed”, tijding) – het getij(de) (valse vriend)

die Toilette – het toilet

das Training – de training (v)

der Transport – het transport
Vgl. die Beförderung

die Treppe – de trap(pe) (m / v) (opgang in een gebouw)

der Trieb – de drift (v) (valse vriend)

der Tritt – de tre(d)e (v) (valse vriend)
Vgl. de trap (m)

der Tumult – het tumult

der Typ(-us) – het type

der Überschuss – het overschot
Vgl. der Schuss – het schot

die Übersicht – het overzicht

das Ufer – de oever (m) (het WNT meldt ook o, maar geeft hiervan geen voorbeeld!)

die Uhr (uurwerk) – het uur

die Umsicht – het omzicht, de omzichtigheid (v)  (voorzichtigheid, behoedzaamheid)
Vgl. die Sicht – het zicht

der Unfall – het ongeval

die Uniform – het / de uniform (o / v / m) (beroepskledij)
Vgl. der / das Euter – de / het uier (m / o)
Vgl. das Eigentum – de / het eigendom (als juridische term mannelijk)

Der ungenau benutzte Unterschied ist offensichtlich der Jargon: Die Uniform fürs Militär, die Uniform fürs Bürgertum.

Het onstraf gebruikte verschil zit blijkbaar in het jargon: de uniform voor de militair, het uniform voor de burger.
Beispiel / voorbeeld: No. XI. Decreet, houdende de voorschriften der uniform voor de Generaals der Land- en Zeemagt. den 9 Julij 1806. Lodewijk Napoleon enz.

der Unterricht – het onderricht (onderwijs)

der Unterschied – het onderscheid (verschil)

die Vaterschaft – het vaderschap

der Vatikan – het Vaticaan

der Verband – het verband (valse vriend)

der Verderb – het verderf, het bederf (valse vriend)

der Verdruss (Unzufriedenheit, Missmut, Ärger; misnoegen, ergernis) – het verdriet (valse vriend)
In de zegswijze: iets brengt (iemand) veel verdriet
In der Redewendung: Etwas bringt, bereitet, macht (jemandem) viel Verdruss

der Vergleich – het vergelijk

der Verkehr – het verkeer

die Verletzung – het letsel

die Vernunft – het vernuft (verstand, bevattingsvermogen)

der Verrat – het verraad

der Vers – het vers

der Versand – het versturen (levering per post)

der Verschlag – het verslag (valse vriend)
In het Nederlands is een verslag veelal een rapport: er word van een gebeurtenis of voorval verslag gedaan. In het Duits is een “Verschlag” een soort bijkamertje; iets wat letterlijk náást en aan een gebouw is geslagen en getimmerd: een afschotting, een afgeschoten ruimte.

der Verstand – het verstand

der Vertrag – het verdrag

der Verweis – het verwijt
Vgl. der Verweis – de tekstverwijzing (v)

der / das Veston – het vest
Vgl. die Weste – het vest

der Viadukt – het viaduct

das Video – de video (m)

die Vignette – het vignet (valse vriend)

die Vision – het visioen (valse vriend)
Vgl. die Vision – de visie (v) (valse vriend)

der Vorbehalt – het voorbehoud

der Vorfall – het voorval
Vgl. der Fall, der Unfall

die Vorschrift – het voorschrift
Vgl. die Schrift – de / het schrift
Vgl. die Schrift – de heilige Schrift (Bijbel); het (hand-)schrift
Vgl. die Zeitschrift – het tijdschrift

der Vorschuss – het voorschot

der Vorteil – het voordeel
Vgl. der / das Teil – het deel
Vgl. das Urteil – het oordeel

die Waal – de Waal (m) (naam van rivier)

die Wache – de wacht (m / v) (bewaker) (valse vriend)

das Wachs – de / het was, de / het wax (v, zelden m / o)
Vgl. der Beton – het beton

das Wachstum – de wasdom (m, zelden v / o)
Vgl. der Nachwuchs (nakomelingen), der Wucher, der Wuchs

die Waffe – het wapen (gereedschap ter afwering)
Vgl. das Waffen – het wapen

der Waffenstilstand – het bestand (o)
Vgl. der Bestand

die Waise – de wees (m / v)
Vgl. die Witwe – de weduwe (v)
Vgl. der Witwer – de weduwnaar (m)
Vgl. die Person – de / het persoon (v / m/ o)
Vgl. die Schwuchtel – de nicht (v)
Het Nederlands verbindt soms het woordgeslacht met het biologische geslacht, de sexus.
Das Niederländische verbindet manchmal das grammatische mit dem biologischen Genus, dem Sexus.

der Wald – het woud

die Wand – de wand (m, gewestelijk ook v / o) (begrenzing van een ruimte)

die / das Want (Plural: Wanten) – het want (meervoud: wanten) (meestal enkelvoud als collectivum opgevat: het touwwerk, verstaging)
Vgl. de / het uier, de / het wol, maar ook ander woorden met een collectieve betekenis, zoals: het westen, het weer, het zaad, de / het suiker, enz.
Zie opmerking onder: das Eigentum – de / het eigendom.

die Warf (aus dem Niederdeutschen) – de werf (v / m, zelden o)
Vgl. die Werft – de werf (v / m, zelden o)

Het WNT tekent historisch-dialectische nevenvormen op, met al dan niet geëlideerde eind-t: werft, werve, warf, warve, waar(r)f(t), worf(t), wurf(t).

Das WNT verzeichnet historisch-dialektische Nebenformen mit elidiertem Endungs-t oder ohne: werft, werve, warf, warve, waar(r)f(t), worf(t), wurf(t).

das WC – de / het wc (v / m / o) (veelal m, zelden o)

die Wehmut – de weemoed (m)

das Wehr (Stauwehr, Stauanlage eines Flusses; sluiswerk, waterweer in een rivier) – de weer (de weermacht, het leger)
Vgl. die Wehr – de weer (v) (afweer, weermacht, verdediging)
Vgl. die Wand – de wand (m, gewestelijk ook v / o) (begrenzing van een ruimte)
Vgl. die / das Want (Plural: Wanten) – het want (meervoud: wanten)

die Werft (aus dem Niederdeutschen) – de werf (v / m, zelden o)
Vgl. die Warf – de werf (v / m, zelden o)

Het WNT tekent historisch-dialectische nevenvormen op, met al dan niet geëlideerde eind-t: werft, werve, warf, warve, waar(r)f(t), worf(t), wurf(t).

Das WNT verzeichnet historisch-dialektische Nebenformen mit elidiertem Endungs-t oder ohne: werft, werve, warf, warve, waar(r)f(t), worf(t), wurf(t).

der Wert – de waarde (v)

die Weste – het vest
Vgl. der / das Veston – het vest

der Westen – het westen

das Wiesel – de wezel (v)

der Widerstand (verzet) – de we(de)erstand (m, zelden o) (valse vriend)

die Wolle – de / het wol (m / v, zelden o)

der Wucher – het gewoeker, de woeker (m, zelden v), de woekering (v) (inz. rente, enz.)
Vgl. der Nachwuchs (nakomelingen), das Wachstum, der Wuchs

der Wuchs – de was (m), het wassen, de wasdom (m, zelden v / o), de groei (m)
Vgl. der Nachwuchs (nakomelingen), der Wucher, der Wuchs

die Zacke – de tak (m) (valse vriend)
Vgl.  der Zacken – de tak (m)

die Zahl – het tal (aantal)
Vgl. die Anzahl – het aantal

die Zeit – de tijd (m / v)

die Zeitschrift – het tijdschrift
Vgl. die Schrift – de heilige Schrift (Bijbel); het (hand-)schrift

der Zement – het / de cement (o, zelden m)

die Ziffer – het cijfer

der Zirkus – het circus

der Zucker – de / het suiker (m, zelden v / o)
Vgl. der Speck – het spek
Vgl. andere eetwaren
Vgl. sonstige Esswaren

der Zufall – het toeval
Vgl. der Fall

der Zug – de tocht (m / v) (valse vriend)
Vgl. de trek (m)


Overeenkomende morfologie én gelijk woordgeslacht (incomplete selectie)
Ähnliche Morphologie und gleiches Genus (unvollständige Auswahl)
Corresponding morphology and identical grammatical gender (incomplete selection)

die Aa – de Aa (v) (water / naam van rivier)
Vgl. die Issel, die Maas, der Rhein, die Waal

der Adel – de adel (m)

die Axt – de aks (v)

die Angabe – de aangifte (v) (valse vriend)

die Ankunft – de (aan-)komst (v)

Vlg. die Unterkunft (het onderdak)

der Anwuchs – de aanwas (m)
Vgl. der Nachwuchs (nakomelingen), der Wucher, der Wuchs (aanwas, woeker, groei)

der Arm – de arm (m)

die Bahre – de baar (v)

die Bark(e) – de bark(e) (v) (klein schip)

die Banane – de banaan (v / m)
Vgl. andere vruchten
Vgl. sonstige Früchte

das Billard – het biljart (tafel of spel)

das Blech – het blik (metaal)

die Brise – de bries (v)

der Bug – de boeg (m)

die Butter – de boter (v)

das Christentum – het christendom
Vgl. das Adeltum – de adeldom (m)

der Computer – de computer (m)
Vgl. das / der Hashtag – de hashtag (m)

das Deck – het dek (scheepsdek, vloer op een schip)
Vgl. die Decke – de deken (v)

die Decke – de deken (v), het dek (bedekking in bed)
Vgl. das Deck – het dek (scheepsdek, vloer op een schip)

der Deckel – het / de deksel (m)

der Deich – de dijk (m)

der Dschihad – de jihad (m)

die Dose – de doos (v)

der Eimer – de emmer (m)

die Eins – de een (v) (het getal een, het cijfer een)
Alle andere cijfers idem
Sonstige Ziffern idem

das Eisen – het ijzer

der / das Euter – de / het uier (m / o)
In beide talen gebruikt de melkveehouder het jargon en dienovereenkomstig het onzijdig.
In beiden Sprachen verwendet der Milchviehzüchter Jargon und demgemäß das Neutrum.

die Fahne – de vaan (v) (onaanzienlijk vlaggetje)
Vgl. het vaandel

der Fall – de val (m)
Vgl. het toeval

der / das Filter – de / het filter (m / o)

die Fläche – het vlak, de vlakte (v)
Vgl. die Sitzfläche – het zitvlak

die Fliege – de vlieg (v)

die Flocke – de vlok (v)

der Fluss (rivier) – de vloed (m) (vloedgolf, het getijde, eb en vloed)

die Fock – de fok (v) (het voorste zeil op een schip)

die Gaffel – de gaffel / de gavel (v / m) (tweetandige hooivork of maststeun) (valse vriend)

die Gerste – de gerst (v) (graansoort)
Vgl. der Mais – het mais
Vgl. das Getreide – de tarwe (v)

die Gerte – die garde (keukeninstrument om te kloppen)

das Gemüse – het moes (fijngehakte groente)

die Gitarre – de gitaar (v)

die Güte – de goedheid (v)

der Hadsch / der Haddsch – de hadj (m)
Vgl. der Islam, der Kaftan, der Ramadan

die Harfe – de harp (v)

der Hebel – de hevel (m) (valse vriend)

der Heldenmut – de heldenmoed (m), de heldhaftigheid (v)

der Herd – de haard / de heerd (m)
Vgl. die Herde – de kudde (v)

die Hilfe – de hulp (v)

das Hinterdeck – het achterdek

die Hülse – de huls (v)
Vgl. die Hülle – het omhulsel (valse vriend)

der Islam – de Islam (m)
Vgl. der Hadsch, der Kaftan, der Ramadan

die Kenntnis – de kennis, het kennen, de wetenschap (v) (valse vriend)
Vgl. das / die Erkenntnis – de kennis (v) (het inzicht) (valse vriend)
Vgl. die Idee – het / de idee (v)

die Kerze – de kaars (v)

die Kachel (verglaasde tegel) – de kachel (v)

der Kaftan – de kaftan (m)

die Kirche – de kerk (v)

die Kiste – de kist (v)

die Klinge – de klink(e) (v) (ijzeren bout, deurklink)
Vgl. de klink – (m) (omranding van een bout)

das / der Knäuel – het / de kluwen (o / v)

die Koje – de kajuit (v / m) (bij Vondel o) (scheepsverblijf)
Vgl. die Koje – de kooi (v)

die Koje – de kooi (v) (slaapstee op schepen)
Vgl. die Koje – de kajuit (v / m)

die Kombüse – de kombuis (scheepskeuken)
Vgl. das Ruder – het roer

die Kohle (Brennstoff) – de kool (v) (brandstof)
Vgl. der Sand – het zand

Beachte den kollektiven Charakter in der Bedeutung als Brennmaterial. Es ist kein Zufall, dass das Niederländische in solchen Fällen den Plural verwendet. / Nota bene het collectieve karakter in de betekenis van brandstoff. Het is geen toeval dat het Nederlands hier het meervoud gebruikt: Er moeten kolen op de kachel!

der Koran – de Koran (m)

der Kragen (kraag, hemdsboord) – de kraag (m)

das Kupfer – het koper

die Laus – de luis (v)
Vgl. der Floh – de vlo (v)

die Leber – de lever (v)

die Luft – de lucht (v)

die Lüge – de leugen (v)

der Meter – de meter (m) (lengtemaat)
Vgl. das / der Thermometer

das Moment (ausschlaggebender Umstand) – het moment
Vgl. der Moment (Zeitpunkt) – het moment

das Moor – het moer (moeras, brakland, veengrond)

die Moschee – de moskee (v)

der Mut – de moed (m)
Vgl. die Anmut (harmonie), die Schwermut (zwaarmoedigheid), der Heldenmut (heldenmoed)

die Narbe – de nerf (v) (valse vriend)

die Ohrfeige – de oorvijg (v)

die Olive – de olijf (v) (de vrucht van de olijfboom)

die Patrone – de patroon (v) (kogel, omhulsel, inktpatroon)

das Pech – het pech
Vgl. das Pech – de / het pek (v / o)

der Pegel – de pegel (m) (valse vriend)

das Pergament – het perkament

die Pfeife – de pijp (v)

der Platz – de plaats (m)

die Planke – de plank (v)

die Post – de post (v)

die Predigt – de preek / de predik (v)

die Pumpe – de pomp (v)

der Ramadan – de ramadan (m)

die Reise – de reis (v)

der Rhein – de Rijn (m) (naam van rivier)
Vgl. die Aa, die Issel, die Maas, der Rhein, die Waal

das Rudel – de roedel (o) (troep, kudde dieren)

das Ruder – het roer
Vgl. die Kombüse – de kombuis (v)

der Satz – de zet (m) (valse vriend)

die Sauce – de saus (v)
Vgl. das Ragout – de ragout (m)

das Schild (Plural: Schilder) – het bord (o), het opschrift (o)
Vgl. der Schild, die Schilde (borstwering en familiewapen) – het schild
In: “Einen Löwen als Wappentier im Schild führen.“
Vgl. Vgl. die Idee – de / het idee (v / o)

der Schlag – de slag (m)
Vgl. der Vorschlag – het voorstel

die Schmach – de smaad (v)

die Schleuse – de sluis (v)

das Schloss (Plural: Schlösser) – het slot (o) (voor een sleutel, kasteel)
Vgl. der Schluss – het slot (einde)

die Schoß – het / de schort (o / v) (kledingstuk)
Vgl. der Schoß – de schoot (m) (inz. lichaamsdeel of kledingdeel onder de gordel)

das Schott – het schot (niet-dragende afscheidingswand)
Vgl. der Schoss, der Schössling, der Schoß, die Schoß, das Schott, der Schotter, der Schuss, der Schutt

die Socke – de sok (v)

die Schwäche – de zwakte (v)
Vgl. die Schwäche – het zwak (zwakte) (in de uitdrukking: “een zwak hebben voor“, voor iets vallen)
Vgl. die Schwäche – de zwak (m) (zwikkende gang van karren en wagens) (valse vriend)

der Schwefel – de / het zwavel (m / v / o) (In Koenen m)
Vgl. der Beton, der Salz, der Sand, der Speck  – het beton, het zout, het zand, het spek

die Schwermut – de zwaarmoedigheid (v), de treurigheid (v)
Vgl. der Heldenmut – de heldenmoed (m), de heldhaftigheid (v)

der Spiegel – de spiegel (m)

das Stift (gesticht) – het stift (gesticht)
Vgl. der Stift (pen, puntig voorwerp) – de stift (v) (valse vriend)

die Stunde – de stonde (v) (uur)

der Tabak – de tabak (m)
Vgl. der Beton, der Salz, der Sand, der Speck, der Schwefel – het beton, het zout, het zand, het spek, de / het zwavel

das Tau (starkes Seil) – het touw (valse vriend)

der Tau (rijp) – de dooi (m) (valse vriend)
Vgl. das Tauwetter – de dooi (m), het dooiweer

das / der Thermometer – de thermometer (m)
Vgl. der Meter – de meter (m) (lengtemaat)

die Treppe – de trap(pe) (m / v) (opgang in een gebouw)

die Trompete – de trompet (v)
Vgl. die Orgel, das Piano, die Violine, vgl. andere instrumenten

das Tuch – het doek (geweven stof) / de doek (m) (lap)
Vgl.  das Halstuch – de halsdoek (m)
Vgl. das Haar – het haar (kapsel) / de haar (m) (enkele haar)

das Urteil – het oordeel
Vgl. der / das Teil – het deel
Vgl. der Vorteil – het voordeel

der Verweis – de tekstverwijzing (v)
Vgl. der Verweis – het verwijt

De uitgang -ing geeft aan: vrouwelijk. Vele woorden gaan op -ing in het Nederlands, respectievelijk -ung in het Duits, uit. Deze uitgang is productief, getuige nieuwvormingen als islamisering, relativering, Trumpisering, enz. Hij beduidt een zekere abstracte afstand, een abstrahering zo u wilt, van het grondwoord aan. Dit aspect kan ook uitgedrukt worden door een substantief gebruik van de infinitieve werkwoordsvorm: het islamiseren, het relativeren, het Trumpiseren, enz.

die Violine – de viool (v)
Vgl. die Orgel, das Piano – het orgel, de piano (v)

das Vorderdeck – het achterdek

das Waffen – het wapen
Vgl. die Waffe – het wapen (gereedschap ter afwering)
Vgl. Schild!

die Wehr – de weer (v) (afweer, weermacht, verdediging)
Vgl. das Wehr (Stauwehr, Stauanlage eines Flusses; sluiswerk, waterweer in een rivier) – de weer (de weermacht, het leger)
Vgl. die Wand – de wand (m, gewestelijk ook v / o) (begrenzing van een ruimte)
Vgl. die / das Want (Plural: Wanten) – het want (meervoud: wanten)

die Wucherung – de woekering (v)
Vgl. der Nachwuchs (nakomelingen), der Wucher, der Wuchs (aanwas, woeker, groei)

der Wurf – de worp (m), de werp (m), de wurp (m)
der Entwurf het ontwerp

die Wurst – de worst (v)
Vgl. andere eetwaren
Vgl. sonstige Esswaren

der Zaun – de tuin (m) (valse vriend)
Vgl. der Garten – de gaard (m) (valse vriend)

der Ziegel – de tegel (m) / de tichel (m) (valse vriend)

der Zug – de trek (m)


Semantische interferentie: overeenkomende betekenis, morfologisch afwijkend
Semantische Interferenz: gleiche Bedeutung, morphologisch abweichend
Semantic interference: same meaning, morphologically different

die Anschrift – het adres
Vgl. die Schrift – het schrift, het handschrift, de heilige Schrift (Bijbel)

der Anzug – het pak, het kostuum
Vgl. der Zug – de trek (m)

der Badeanzug – het badpak
Vgl. der Zug – de trek (m)

der Betreff – het onderwerp, „betreffende“ (onderwerpsaanduiding)

die Beförderung – het vervoer, het transport

das Dreieck – de driehoek (m)
Vgl. das Viereck, das Fünfeck, das Sechseck

das Ereignis – de gebeurtenis (v)

der Ertrag – de opbrengst (v)
Vgl. het Betrag

der Eintrag – de schriftelijke aanvulling (v), de bijdrage (v), die notitie (v)

die Fichte – de spar (m) (boomsoort)
Vgl. de Fichte – de sparre (v) (Middelnederlandse nevenvorm eindigend op -e)
Vgl. die Birke, die Buche, die Eiche, die Erle, die Kastanie, die Lärche, die Pappel, die Tanne

der Frühling – de lente (v), het voorjaar
Vgl. der Lenz – de lente (v), het voorjaar

der Gaumen – het gehemelte

das Getreide – de tarwe (v)
Vgl. die Gerste, der Mais

der Irrtum – de vergissing (v)

das Kino – de bioscoop (v)

der Kerhrreim – het keervers

die Rinne – de heul (v) (middelnederlands hole, hool, heul(e), huel)
Vgl. die Höhle – de holte (v), het hol
Vgl. die Hülle – het omhulsel (valse vriend)
)
Vgl. die Hülse – de huls (v)

der Schoss – de loot (v), de spruit (v) (zijtak, uitloper van een gewas)

der Schössling – de loot (v), de spruit (v) (zijtak, uitloper van een gewas)

der Schutt – het puin

der Schutz – de beschutting (be- en afscherming) (valse vriend)

die Schutzmarke – het patent
Vgl. die Marke

die Schwuchtel (oft abwertend) – de nicht (v / m?) (dikwijls pejoratief)
Vgl. die Waise – de wees (v / m)
Nota bene, genus non est sexus!

der Stoppel (Österreichisch; Stöpsel) – de / het kurk, kork (v / o)
Vgl. die Stoppel – de stoppel (m, zelden v)

das Tauwetter – de dooi (m), het dooiweer
Vgl. der Tau – de dooi (m)

die Vorarbeit – het voorbereidend werk, het voorwerk
Vgl. die Arbeit – de arbeid (m)
Merk op dat het Duits dikwijls het meervoud hier gebruikt: die Vorarbeiten.
Bemerke, dass das Deutsche oft den Plural verwendet: die Vorarbeiten.

der Vorschlag – het voorstel

das Wachstum – de groei, het aanwassen
Vgl. der Nachwuchs (nakomelingen), der Wucher, der Wuchs (aanwas, woeker, groei)

das Zelt – de tent(e) (v)