Emile van Brakel

Ik ben de beul

January 2nd, 2012 · Geen reacties · fictie, Nederlandse letterkunde, recensies

Met het schrijven van negatieve recensies heb ik altijd moeite, want ik denk toch weer aan de schrijver, wiens geesteskind ik vermoord. En daarom: mea culpa, mea culpa maxima. Zo, hierbij, mijn schuld opgebiecht, al bij voorbaat! Heb ik het recht om iemands letterkundevrucht de aarde in te schoffelen? Weg te wieden, omdat ik het in mijn tuintje als “onkruid” bestempel? Heb ik dat recht?

Ja toch, dat recht heb ik: als lezer, als ontvanger, als recensent die zijn argumenten ondersteunt. Maar meteen geef ik toe: ik had het nóg meer, als ik ooit zelf een plantje zou poten in de letterkundetuin, én ook nog eens dát toegegeven, blijft het recht om te wieden onaangetast: een letterkundige recensie is géén objectief waardeoordeel, al wil zij wel soms steunen op literatuurwetenschappelijke termen. In die zin blijft de laborant altijd onderdeel van het experiment.

Weet-je wat het is? Het is echt, echt, diep ellendig om een letterkundig plantje weg te moeten wieden, vanwege de teler! Noem mij een slapperd, een sentimentele geest, een watje, maar ik denk altijd aan de mens die dat mislukte letterkundeplantje gezaaid heeft: ik neem namelijk aan dat hij er uren aan besteed heeft, het met liefde en zorg omringd heeft, gepoetst, opgewreven, omgevormd en dan, dan komt er iemand en zegt: “VALS! Opnieuw!”

Dat is niet zo lief. En dat weet ik. Ik ben de beul. Mea culpa. Ooit heb ik eens, voordat ik iets heel viezigs uit de tuin ging rukken, even gedacht, misschien moet ik doen aan geestelijke zorg? Dat ik dan de schrijver in kwestie opbel:

“Nou, hier ben ik! Morgen zal ik schrijven dat uw boek slecht is. Maar heus, gelooft u mij, er zitten enkele goede dingen in, maar nu hebt u mij met uw pennenvrucht zo onbetamelijk geërgerd dat ik de papieren misgeboorte in de gemeentelijke papierbak gedonderd heb. Ik kón niet anders! Maar wil-u nu asteblief gewoon dóór blijven ademen en u niet voor de trein gooien? Wellicht, als u in’t vervolg nu dit en dat doet, dan… Maar ja heh, déze poging, dít boek, dit doorolmd stuk wrakhout, dit stuk pisstront, deze giga-kakdoos, móest ik weggooien! Verschoning! Nou, dag hoor!”

En tsja, dat doe je dan niet. Dat is te mal, want van ons “volwassen mensen” wordt verwacht dat wij tegenslagen zonder overtrokken emotie nemen. Dat lukt natuurlijk niet. De telers wier werk ik heb weggegooid, hebben mij een moment vervloekt. Ik weet het. En dat deden zij ook met recht: ik ben hun beul. Ik ben hun wieder, en ik gooi en maal en zaag hun werk weg. Mea culpa.

Gelukkig is viervijfde deel van de door mij gelezen en beoordeelde plantjes heel goed. Die strijk ik onder de blaadjes en die krijgen nog wat water; ik ben soms de beul, vaker echter ben de aanmoediger.

Mea laetitia! Da’s “Latijns” voor vreugde.

Kernwoorden: ·

Geen reacties ↓

Geef hieronder een reactie op het bovenstaande:

Geef een reactie: