Vervolg Erdogans geiten

Böhmermanns hekeldicht blijft voorlopig in delen verboden, maar kan weer toegestaan worden, zodra het grondwettelijk getoetst wordt in hoogste instantie.

ANP/Nu.nl bericht dat delen van Böhmermanns hekeldicht verboden blijven. Scherper zou echter zou het zijn om te berichten dat sommige gedeelten, die betrekking hebben op het intieme en seksuele vlak waarvoor geen feitelijke onderbouwing bestaat (fellatio met schapen, seks met geiten, kinderporno, enz.) voorlopig, zolang er geen beroep aangetekend is bij de hoogste rechter, in casu het Bundesgerichtshof, niet publiekelijk herhaald mogen worden, zo blijkt uit de persmededeling van het Hanseatische Oberlandesgericht.

Bovendien staat een laatste gang naar de hoogste grondwettelijk toetsende rechter, het Bundesverfassungsgericht, eveneens nog open. Böhmermanns advocaat Schertz (Sic!: “Scherz” betekent scherts, grap) kondigde dan ook aan verder te procederen, omdat naar zijn mening de vrijheid der kunsten in het geding is.

De boerengeit. foto: Böhringer Friedrich. (bron: https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=4837515)

Het is volgens advocaat Schertz niet juist om het gedicht in delen op te splitsen, omdat al die delen één geheel, één hekeldicht, binnen één uitzending zouden vormen. Aldus zou het niet juist zijn alle passages die een feitelijke onderbouwing missen, niét onder de uitzondering der kunsten te laten vallen.

Daarvoor is zeker wat te zeggen: talloze kunstuitingen zijn ontsproten aan de fantasie; zij missen naar hun aard een feitelijke, dat wil zeggen een door empirisch bewijs gesteunde onderbouwing. Sterker nog, zij maken helemaal geen aanspraak op enige journalistiek of natuurkundig gerapporteerde werkelijkheid; denkt u aan satire of ironie.

Bovendien – de makers van het televisieprogramma wisten wat zij deden – is de context van Böhmermanns televisie-uitzending niet willekeurig gekozen. Böhmermann doet expliciet een beroep op de Freiheit der Kunst, de exceptio artis, de in Duitsland gecodificeerde grotere vrijheid der kunsten: hij kondigt aan, voordat hij het gedicht voordraagt, dat hij ter plaatse onderzoekt hoe ver de vrijheid van meningsuiting voor de kunsten reikt – en bekritiseert bovendien zichzelf, zij het op satirische wijze. Of zulk een aankondiging stand kan houden als beroep op de exceptio artis in de ogen van het Bundesgerichtshof zal blijken.

Als mij een gok toegestaan is: ja, die context en die aankondiging is voldoende sterk voor zulk een beroep, zelfs ook dan als het gaat om mogelijke gekwetstheid van de persoon Erdogan: hoge bomen vangen veel wind en moeten tegen een stootje kunnen, of dit nu een fantasiewind is of niet. Overigens, er is internet! What happens on the Internet stays on the Internet. – Erdogans geiten zullen nooit meer rustig grazen.


Het bericht van ANP/Nu.nl:
Gedicht over Erdogan van Duitse komiek blijft deels verboden
Gepubliceerd: 15 mei 2018 17:37
https://www.nu.nl/buitenland/5266955/gedicht-erdogan-van-duitse-komiek-blijft-deels-verboden.html#coral_talk_wrapper


Frankfurter Rundschau:
http://www.fr.de/panorama/boehmermann-gegen-erdogan-boehmermanns-schmaehkritik-bleibt-verboten-a-1506144

Persmededeling van het Hanseatische Landesgericht:
http://justiz.hamburg.de/pressemitteilungen/11038250/prssemitteilung-2018-05-15-olg-01/

Dehmels godsnacht

Richard Dehmels dichtbundel “Weib und Welt” verbond seks met godsdienst. Het gedicht “Verklärte Nacht” is geen lofzang op een burgerlijke huwelijksmoraal maar op goddelijke zinnelijkheid.

De bundel Weib und Welt. Gedichte und Märchen (Vrouw en wereld. Gedichten en sprookjes) van Richard Dehmel verscheen in 1896, in de belle époque, het fraaie tijdperk zogezegd. Hij biedt dan ook verfrissend veel fraais, zelfs zó veel fraais dat ook nog tegenwoordig sommigen er schande van zouden spreken.

Richard Dehmel (bron: Wikipedia Commons)

Wat denkt de huidige lezer van het begingedicht Der tote Hund? Het gedicht dient zich aan als een apocrief evangelieverhaal over een dode hond, welks stinkende kadaver door Jezus opgeraapt wordt. De Heiland die dode diertjes van de weg opraapt? Wat denkt de lezer van Das Kind waarin een peuter opgeroepen wordt om zijn speelgoed kapot te maken, waarbij zelfs God in de lach zou schieten?

Wat doet de lezer met het door Dehmel opgeroepen, zeer ongebruikelijke vrouwbeeld? Vampieressen, zondaressen, nymfomanen en normenschendende kindvrouwtjes! Vrouwen, voor wier verschijning een verstandig man zou wegduiken, ware het niet dat hij ze begeert. Het gedicht – een willekeurige keuze – Mannesbangen (Mannenvrees) spreekt over de minnares in wier lendenen de man wel kan liggen, maar zodra zij haar klauwen door zijn haar strijkt, zo waarschuwt het gedicht, dan… Afijn, de lezer weet, die man is voer voor de kat.

Op erotiek drijft de bundel, in een eigentijdse gothicstijl: nu eens zwaar zwelgend, dan weer licht lillend. In bijvoorbeeld Ins Weite spreekt Dehmel van “manna van de grenzeloze nacht” en “het kwellend verlangen van wei, woud en wolkendek”. Dehmel bezingt tamelijk onverholen en ontegenzeggelijk subliem de vrouwelijke schaamstreek, het opperwezen alsmede de duivel.

Vanwege dit duistere, maar toch directe benoemen van god en seks oordeelde het Pruisische Landsgerecht in 1897 dat het gedicht Venus Consolatrix (Troosteres Venus) godslasterlijk en onzedelijk was, en bijgevolg gedeeltelijk gezwart moest worden. In dit gedicht biedt Maria Magdalena haar ontblote geslachtsdeel aan als rustplaats, hét vlees dat Christus zelf begeerd zou hebben, aldus het gedicht. Kijk, zoiets doet nu ook nog bij sommigen de wenkbrauwen rijzen. Overigens, wellustig is Dehmel in deze bundel veelal, vunzig of plat nooit.

Gekuiste concerten
Dankzij Arnold Schönbergs strijksextet uit 1899 is het gedicht Verklärte Nacht uit deze bundel niet de vergetelheid ten prooi gevallen, zoals bovenstaande gedichten wel. Tot aan het einde van de twintigste eeuw werden in de programmaboekjes van concerten gekuiste versies van het gedicht afgedrukt, zodat niet duidelijk was dat het gedicht naast de opbloeiende liefde ook de vleselijkheid en de godsdienst bezingt, waarbij haast en passant een buitenechtelijk kind geëcht wordt.

Door deze zelfcensuur werd Dehmels gedicht zélf mooier gemaakt, verklärt, wat wel de rust tijdens concerten, maar niet de inhoud ten goede kwam. Het gedicht is zo, op wens en ten behoeve van burgeroortjes “mooi en stralend verklaard en verlicht”, want het benoemen van vleselijkheid en godsdienst in een zin zorgt maar voor ongemak.

Zo werd bijvoorbeeld het woord “Lebensfrucht” vervangen door het zakelijke “Lebensinhalt”, waarmee elke gedachte aan Maria, de moeder Gods, met een pennenstreek weggeveegd werd. – Christus heet immers de gezegende vrucht uit Maria’s schoot, benedictus fructus ventris.

Dehmels soms bewust archaïsche woordkeus ondersteunt ongewild de neiging van de huidige lezer om de inhoud mooier op te vatten, onschuldiger te maken dan hij is. De onvoorbereide lezer leest op het eerste gezicht fraaie, oude, dichterlijke woorden; de daarin besloten sterke toespelingen op  godsdienstoefening in samenhang met vleselijkheid ontgaan hem.

Dehmels quasi-religieus, mystiek of plechtstatig taalgebruik is bewust ingezet. Het is niet zomaar “mooi”, het is functioneel. Een duidelijk voorbeeld staat meteen in het begin: “Hain” is dichterlijk en plechtig voor heilige bosjes, voor “hagen”. Denk in het verband der Lage Landen aan hagenpreken. Enige heidense mystiek (of sprookjesachtige Olivier Bommel-sfeer!) schuilt in de maan die zich over “hohe Eichen” en “schwarze Zacken” (onderscheidenlijk: hoge eiken en zwarte boomkruinen) heen spoedt.

Franz von Stuck, 1893: De zonde.
(bron: Wikipedia Commons)

Flirtende bekentenissen
De bekentenis van de vrouw (of is het een bakvis?) volgt in potsierlijk Bijbelse woorden, in deels geveinsde ootmoed. Zo klinkt bijvoorbeeld het ongebruikelijke werkwoord “sich erfrechen” in dit verband uiterst koddig, wegens zijn statenbijbels karakter. Letterlijk staat er “zich ver-ruwen” of “zich ver-botten”; het wil de vermetelheid vatten om iets ongepasts te verrichten. Dat is ook waarom “zich verstouten”, mede dankzij de wederkerigheid, goed past. De vrouw moet wel in grote vreze zijn! Der maatschappij toorn en hoon zal op mij zijn! O, help mij toch! – Deze biecht lonkt, met en in haar onzedelijkheid.

De man lijkt in eerste lezing louter opofferingsgezind ten behoeve van de huwelijksmoraal, maar blijkt in tweede lezing – hoe kon het ook anders – dit niet te zijn. Uit de verzuchting van de vrouw bleek al dat de twee elkaar pas kortgeleden hebben leren kennen: “…en nu, nu heb ik jou ontmoet!” De opwinding van het eerste contact vindt nu haar uitweg en de man wil seks. Daartoe stelt hij haar allereerst gerust, op een weliswaar rituele, maar ook zeker gratuite wijze: onze wederzijdse warmte zal het kind doen stralen en verheffen! – Wie zo gemakkelijk beloften maakt, verdient wantrouwen.

Zeker aangezien “Verklärung” de term voor de tenhemelopneming van Christus en Maria is. De ongehoorde vraag stelt zich bijna of dit nu niet de belofte is om de ongeboren vrucht snel naar de volgende wereld te helpen..! Dat lijkt wat al te dol gedacht, maar enigszins ijdel is de belofte van de man zeker: al in de zinsnede “jij hebt zelf de glans in mij gebracht” schuilt seksuele opwinding, waaraan de man wél willoos móet toegeven: “Jij hebt mijzelf tot kind gemaakt.” – De opgewonden man kwijlt als een hongerige hond.

Dehmels bundel “Vrouw en wereld” biedt naast seks en godsdienst met gevaarlijke vrouwen ook veel draken: draken van gedichten! En dat mag vóór Dehmel spreken: hij experimenteert, hij durft. Vaak doet Dehmels hang naar de vergeestelijking, de sublimatie, maar ook de verbinding van het zinnelijke met het goddelijke denken aan het werk van de Tachtigers:  “Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten […] úwe lippen in een wilden vloed van kussen…” (Willem Kloos).

Dehmel is stoutmoediger: de heerlijk verzinnelijkte nacht is een lofzang op de vleselijke liefde, die de dichter goddelijk noemt. En, misschien is alles wel goed gekomen met de twee en zijn ze getrouwd, met een geëcht kind, zodra de lust bekoeld was. – Het waren wilde nachten in 1896.

Hierna volgt mijn vertaling die is gemaakt voor de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam 2018. Als een volgend orkest ze wil gebruiken in de programmaboekjes, wil ik daarvoor toestemming geven, mits mijn naam als vertaler volgt.

Verlichte nacht

Twee mensen gaan door kaal, kil woud;
de maan loopt mee, hun blik beschouwt.
De maan loopt over hoge eiken,
geen wolkje omfloerst het hemellicht,
waarin de zwarte kruinen reiken.
Er spreekt een vrouwengezicht:

Ik draag een kind, en niet van jou,
ik loop in zonde naast jou.
Ik ben mijzelf zwaar te buiten gegaan;
ik geloofde niet meer in geluk
toch hield een diep verlangen aan
naar levensvrucht, naar moedergeluk
en plicht – toen heb ik mij verstout,
liet mijn schaamte huiverend boud
bevoelen door een man zonder naam
én heb mij geprezen en gezoet.
Nu heeft het leven zich gewroken,
nú heb ik jou, o jou ontmoet.

Zij loopt met onbeholpen tree,
zij kijkt omhoog, de maan loopt mee;
haar donkere blik verdrinkt in licht.
Er spreekt een mannengezicht:

Het kind dat jij hebt gekregen,
wees hem onbezwaard toegenegen,
en zie, hoe helder het heelal schittert!
Het grote Al glanst om ons twee,
jij drijft met mij op koude zee,
maar een eigen warmte glinstert
van jou in mij, van mij in jou;
het vreemde kind zal met licht verkoren,
uit jou, voor en van mij, worden geboren,
jij hebt de glans in mij geraakt,
jij hebt mijzelf tot kind gemaakt.

Hij pakt haar bij de stevige dij
in de lucht mengt zich hun adem vrij,
twee mensen gaan door helverlichte nacht.

Verklärte Nacht

Zwei Menschen gehn durch kahlen, kalten Hain;
der Mond läuft mit, sie schaun hinein.
Der Mond läuft über hohe Eichen,
kein Wölkchen trübt das Himmelslicht,
in das die schwarzen Zacken reichen.
Die Stimme eines Weibes spricht:

Ich trag ein Kind, und nit von dir,
ich geh in Sünde neben dir.
Ich hab mich schwer an mir vergangen;
ich glaubte nicht mehr an ein Glück
und hatte doch ein schwer Verlangen
nach Lebensfrucht, nach Mutterglück
und Pflicht – da hab ich mich erfrecht,
da ließ ich schaudernd mein Geschlecht
von einem fremden Mann umfangen
und hab mich noch dafür gesegnet.
Nun hat das Leben sich gerächt,
nun bin ich dir, o dir begegnet.

Sie geht mit ungelenkem Schritt,
sie schaut empor, der Mond läuft mit;
ihr dunkler Blick ertrinkt in Licht.
Die Stimme eines Mannes spricht:

Das Kind, das du empfangen hast,
sei deiner Seele keine Last,
o sieh, wie klar das Weltall schimmert!
Es ist ein Glanz um Alles her,
du treibst mit mir auf kaltem Meer,
doch eine eigne Wärme flimmert
von dir in mich, von mir in dich;
die wird das fremde Kind verklären,
du wirst es mir, von mir gebären,
du hast den Glanz in mich gebracht,
du hast mich selbst zum Kind gemacht.

Er faßt sie um die starken Hüften,
ihr Atem mischt sich in den Lüften,
zwei Menschen gehn durch hohe, helle Nacht.

Kants antinomieën

Over en na het tekortkomende menselijke kenvermogen

Het tweede deel van Kants Kritik der reinen Vernunft legt de innerlijke tegenstrijdigheden van het menselijke weten, zogenaamde antinomieën bloot.

Het betoogt onder andere dat het menselijke bevattingsvermogen zichzelf beperkt door zichzelf, omdat de door dit vermogen bevatte en begrepen kennis voortbouwt op a priori-kennis, eerdere oordelen en afgeleide aannamen, waardoor nooit geheel en al geweten worden kan, wat de te kennen werkelijkheid of onwerkelijkheid is of zal zijn, noch in kwaliteit, noch kwantiteit.

Kants observatie van deze antinomieën pleit naar mijn idee juist vóór het in het door kennisstreven bevlogen menselijke kenvermogen op grond van kritisch empirisme en rationele falsifieerbaarheid, omdat – dit is het punt – zulk kenvermogen zich bewust is van de eigen beperking. Het niet-weten wordt geweten. Dat mag “zuivere rede” heten.

Immanuel Kant, staalgravure door J.L. Raab

Immers, wat zou anders achter de vraag naar inhoud der begrippen “nooit en al” in verbinding met “werkelijkheid en onwerkelijkheid” moeten schuilen dan de aansporing tot nieuwsgierigheid naar hun veranderende betekenis, nu enige tegenstelling in die begrippen vals is? Het is alleen dit besef, dat de beperking van het bevattingsvermogen te vaak overzien wordt, te vaak ervaren wordt als beperking, terwijl zij een aansporing is om te denken in ongedachte en toch zo nauwkeurig mogelijk omschreven mogelijkheden.

Een citaat uit Kritik der reinen Vernunft dat het principiële uitgangspunt van Kant illustreert: „… Aber wie weit sich die transzendentale Teilung einer Erscheinung überhaupt erstrecke, ist gar keine Sache der Erfahrung, sondern ein Principium der Vernunft, den empirischen Regressus, in der Dekomposition des Ausgedehnten, der Natur dieser Erscheinung gemäß, niemals für schlechthin vollendet zu halten.“ * —

…Maar hoever de transcendentale deling van een verschijnsel in het algemeen zich voortzet, is helemaal geen ervaringskwestie, maar een principe van de rede, om de empirische regressus [het terug vervolgen volgens wetenschappelijk bewijsbare en herhaalbare voorwaarden], in het ontrafelen van het uitgestrekte, naar de aard van de natuur van het gegeven [en te onderzoeken] verschijnsel, nooit voor zomaar beëindigd te houden.

* (bron: Immanuel Kant, Kritik der reinen Vernunft¸Berliner Ausgabe, Herausgeber Michael Holzinger, 2013, blz. 308.)
Link: http://www.zeno.org/Lesesaal/N/9781484032114?page=308

Mutti not amused

Böhmermanns hekeldicht voor Nederlanders

Jan Böhmermann is de Duitse Arjen Lubach: beiden presenteren een televisieshow waarin de grenzen van meningsvrijheid met kraaiend plezier onderzocht en bereikt worden. Donderdag 31 maart jl. maakte Böhmermann een nieuwe aflevering van ZDF NEO MAGAZIN ROYALE waarin hij een smaaddicht op de Turkse president Erdogan voorlas wegens diens ondemocratische regeerstijl en bovenmatige gevoeligheid voor kritiek.

Böhmermann op Erdogan
Naar aanleiding van dit smaaddicht deelde de persvoorlichter der Bondsregering op 4 april kort mee dat Merkel heeft gebeld met haar ambtsgenoot in Turkije. Beiden zouden het er eens over zijn geworden dat het ging om “bewust kwetsende teksten”, waarbij de bondskanselier wees op het feit dat de betreffende omroep al zijn consequenties getrokken had.

Het ZDF heeft inderdaad het hekel- of smaaddicht uit de online omroeparchieven verwijderd en heeft daarmee zelfcensuur toegepast, maar de vraag blijft of nu de redactie van het ZDF voor de Duitse regering buigt, of wellicht de Duitse regering voor de misnoegde reacties uit Ankara.

Dat het hier gaat om een opzettelijk gespeeld spel zijdens de redactie van het ZDF NEO MAGAZIN ROYALE ligt voor de hand: het is niet aannemelijk dat zij een justitieel onderzoek wegens belediging van een bevriend staatshoofd afwacht of een openbaar debat over publiek betaalde betamelijkheid, gelet op die ene en voornaamste internetwet dat alles wat je in het web gooit, daar blijft. — Altijd, ergens. De redactie kon ervan uitgaan dat iemand, ergens een kopietje zou maken.

Met juridische slimheid en retorische gevatheid droeg Böhmermann het gedicht voor als een ter plekke uitgevoerd onderzoek naar de grens tussen politieke satire en smadende kritiek. Het eerste is in elk geval grondwettelijk beschermd, het laatste zou — dat is de vraag — wellicht buiten deze bescherming vallen. Het eerste zou daarom wél, het tweede niét tot de opdracht van publieke omroepen behoren. De vloeiende grens tussen politieke satire en hekeldicht werd onlangs naar het oordeel van Erdogan overschreden in het liedje Erdowo, Erdowan, Erdogan, waarna de Duitse ambassadeur in Turkije ter verantwoording werd geroepen.

Hieronder volgt een losse vertaling van dit steentje des aanstoots. Het Duitstalige origineel volgt daarna.

Smadende kritiek
Dom, stom en laf, kurk in de kont,
loopt Erdogan als president in het rond.
Zijn geleuter stinkt enorm naar kebab,
Zelfs varkensstront ruikt beter dan die grap.

Hij is de man die graag meisjes slaat,
en daarbij zelf in latexmaskers staat.
Het liefst wil hij de geiten neuken,
en dan wat minderheden beuken,

Koerden kwellen, Christenen kastijen,
kinderpornootje d’rbij, om zich op te rijen.
Zelfs ’s avonds wil hij niet slapen,
maar fellatio met honderd schapen.

Ja, Erdogan is absoluut, geheel en al,
president met een bijzonder klein geval.
Elke Turk heeft het nieuwe lied al gefloten,
over de domme hond met de dorre kloten.

Van Ankara tot Istanboel is het idee,
deze man is zonder dollen supergay.
Een vlooienbaal, pervers en zoöfiel,
noem hem gerust: Recep Fritzl Priklopil*.

Het hoofd leeg, de ballen zonder zaad,
een ster die naar elke gangbang gaat,
tot zijn pik vol zweren leert: impotent.
Dat is Recep Erdogan, de Turkse president.

* Recep Fritzl Priklopil is een verhaspeling, waarin de voornaam van de Turkse president met de achternamen van twee beruchte zedenschenders wordt samengevoegd: Josef Fritzl en Wolfgang Priklopil.

Schmähkritik
Sackdof, veige und verklemmt,
ist Erdogan der Präsident.
Sein Gelöt stinkt schlimm nach Döner,
selbst ein Schweinefurz riecht schöner.

Er ist der Mann der Mädchen schlägt,
und dabei Gummimasken trägt.
Am liebsten mag er Ziegen ficken,
und Minderheiten unterdrücken,

Kurden treten, Christen hauen,
und dabei Kinderpornos schauen.
Und selbst abends heißt’s statt Schlafen
Fellatio mit hundert Schafen.

Ja, Erdogan ist voll und ganz,
ein Präsident mit kleinem Schwanz.
Jeden Türken hört man flöten,
die dumme Sau hat Schrumpelklöten.

Von Ankara bis Istanbul,
weiß jeder dieser Mann ist schwul,
pervers, verlaust und zoophil:
Recep Fritzl Priklopil.

Sein Kopf so leer, wie seine Eier,
der Star auf jeder Gang-Bang-Feier.
Bis der Schwanz beim Pinkeln brennt,
das ist Recep Erdogan, der türkische Präsident.

Bronnen:
– Het weggekuiste fragment:
http://www.liveleak.com/view?i=932_1459531349
– De verklaring van de persvoorlichter inzake het hekeldicht: https://www.bundesregierung.de/Content/DE/Mitschrift/Pressekonferenzen/2016/04/2016-04-04-regpk.html
– De Frankfurter Allgemeine Zeitung:
http://www.faz.net/aktuell/politik/ausland/europa/tuerkei/angela-merkel-haelt-boehmermanns-erdogan-gedicht-fuer-verletzend-14160031.html
– Die Welt:
http://www.welt.de/politik/ausland/article153972141/Merkel-spricht-mit-Davutoglu-ueber-Boehmermann.html– Tagesspiegel:
http://www.tagesspiegel.de/politik/praesidentenbeleidigung-im-zdf-wer-angst-vor-pointen-hat-sollte-keine-witze-senden/13394378.html

Nagekomen bericht: Na publicatie van deze vertaling maakte de Tagesspiegel bekend dat het Openbaar Ministerie te Mainz een onderzoek naar een strafrechtelijke vervolging van Böhmermann instelt wegens belediging van een bevriend staatshoofd. Pikant is daarbij dat de bondskanselier de teksten nu al als “bewust kwetsend” heeft bestempeld, waarmee zij een juridische afweging maakt. Tegelijkertijd echter benadrukte zij de grondwettelijk gegarandeerde meningsvrijheid.

Ik verwacht niet dat de persoon Böhmermann uiteindelijk strafrechtelijk wordt vervolgd: de achterliggende maatschappelijk-juridische vraag naar de wat binnen de grondwettelijk omschreven opdracht van “openbare omroepen” is namelijk formeel het kader én het thema van de scène waarbinnen het gedicht voorgedragen werd. Deze vraag wilde Böhmermann hardop stellen naar aanleiding van de nu in Duitsland steeds breder gedragen behoefte aan publieke omroepen, die op grotere afstand staan van politieke leiding.

De zeer populaire Böhmermann heeft niet zomaar een scheldkanonnade voorgedragen, maar een tekst voorgelezen die hij introduceerde als een onderzoek naar de satirische reikwijdte van wat op publieke zenders gezegd mag worden; het was naar de vorm een speels onderzoekje naar en commentaar op het door politici terloops geformuleerde verschil tussen satire en hekeldicht, in het internettijdperk.

Formeel ontbreekt daarmee het oogmerk om te beledigen, maar is het een kritische kunstuiting, die allereerst beoogt een bijdrage te leveren aan het debat over een nieuw te regelen omroepvrijheid in Duitsland, waarbij en passant de niet te loochenen autoritaire regeringsstijl van Erdogan bekritiseerd wordt in overduidelijke hyperbolen (“fellatio met honderd schapen”). Voor zulke uitingen geldt de exceptio artis (de juridische uitzondering van en voor de kunst), eveneens grondwettelijk beschermd, waarom naar verwachting een daadwerkelijke strafrechtelijke vervolging, laat staan veroordeling, niet zal slagen.

Instant gram Royal 1930

Een gedicht op de schrijfmachine in het web — een tijdsbeeld anno 2016.

Het volgende schijnt helemaal het nieuwste te zijn. Nou…! Dan kán ik natuurlijk niet achterblijven. Iets op de tikmachine schrijven en daarvan een foto maken en deze op het web zetten.

Royal 1930Mijn schrijfmachine is een laptop avant la lettre: een “Royal” uit 1930, in een koffertje. Het betreft het zogenaamde “tweede model” en nadien is er eigenlijk geen technische verbetering in de mechanische tikmachine doorgevoerd die het noemen waard is. Mijn Royal slaat een fraaie letter, die misschien op het eerste gezicht wat lijkt op “Garamond” of “Times New Roman”, maar op het tweede gezicht op geen enkel nieuw lettertype lijkt: het is een stoere rechttoe-rechtaan-letter; computerletters hebben meer schreven en meer variatie in de lijndikte. *

Op de tikmachine varieert de afstand tussen de letters, de hoogte tussen de letters, én de druk waarmee de letters op het papier geslagen worden. Fouten zijn onherroepelijk fouten en kunnen alleen verholpen met doorlakken, door-x-en of afplakken. Het gevolg is dat de tiktekst danst, danst als unicaat: niemand kan het precies zo wéér doen, zelfs niet op dezelfde machine. Ergo, zie hieronder! Klik op de tekst en vergroot hem; afwijkingen in het beeldritme zijn haarscherp.

Instant gram

VERKLARENDE WOORDENLIJST:
– Instagram: fotodeelprogramma met profieltjes; veel geblaat, weinig wol.

– gram: kort voor gramschap; wrokkend kokende wrevel en gerechtvaardigde woede.

– Vroom en Dreesmann: een warenhuis dat uiteindelijk in de handen van een buitenlands geldmakersgroepje de adem uitblies, nadat de familie de aandelen allang verkocht had.

– Metz & Co: een werkelijk exclusief warenhuis met serviezen en haute couture, voor een dagje “uit”, in een prachtig eclectisch pand van rond 1900 op het hoekje van de Keizersgracht met de Leidsestraat te Amsterdam. Het mikte op het grootburgerdom en dan met name zijn vrouwelijke representanten. Het valt nauwelijks te loochenen dat aan het afglijden en uiteindelijk verdwijnen van zowel Metz & Co als Maison de Bonnetrie (zie hieronder) maatschappelijke veranderingen vooraf gingen, waardoor de clientèle slonk.

– Maison de Bonnetrie: een warenhuis dat tot de millenniumwende haast sereniteit uitstraalde. Daarna ging het bergafwaarts: muzak klonk tussen de schappen waarin de merkproducten bulkten. — Het was gedaan met “goedenmiddag meneer, mevrouw”.

– Old Spice: een straf geurtje dat in de jaren veertig en vijftig stoer en fris was en daarom in de jaren zestig en zeventig oud en verkalkt. Inmiddels kent niemand het meer en zal het daarom alleen al weer helemaal hip zijn.

– de haan op de cornflakes van de firma Kellogg’s: cornflakes, gepofte maissnippers, zaten altijd in een doos met een olijke haan erop geschilderd en dat al zolang de schrijver dezes zich heugen kan. De haan is wegens een verkoopactie opeens weg! En niemand heeft mij wat gevraagd. Nu ziet niemand meer de cornflakes in een oogopslag. — Beeldmerkhanen dienen behouden.

– Playboy: een blad dat het burgerdom niét op de huiselijke leestafel had liggen, maar tot in de jaren tachtig wel in menige door mannen beslapen kamer aanwezig was. Het wilde uitstijgen door de wijze waarop vrouwen werden gefotografeerd, waarin het slaagde. Het mag evenwel “typisch” heten dat de vrouwelijke tegenhanger, de “Playgirl”, nimmer een grote afname gevonden heeft. — Let wel, typisch, niet opmerkelijk.

– stopwol: wol van sterke kwaliteit in kleine hoeveelheden op kaartjes om truien of sokken, enz. te repareren. Het repareren van kleren raakte uit de mode, omdat kleding zo goedkoop werd. Dat is een vergissing: voor elk goedkoop truitje sterft een kind, maar dat weten de mensen niet.

– retro: een te vaak gebruikt woord of voorvoegsel: retro-eten, retro-films, retro-kleding. Alles wat oud lijkt, al is het dat niet, noem je retro en dan is het meer waard. Als het echt oud is, en sleets, dan noem je dat “vintage”. Nog erger kan ook: voor de verkoop verouderde spullen. Dat heet kitsch.

– groene zeep / zachte zeep: vriendelijk ruikende huishoudzeep om bijvoorbeeld vloeren mee te boenen en de was voor te weken. Het is een rotstreek om een product een andere naam te geven, zelfs dan als de naam niet meer overeenstemt met de werkelijke inhoud. Zo werd de groene zeep minder groen omdat haar bereidingswijze veranderde, maar als iedereen van groene zeep blijft spreken, is het reuze vervelend als zo’n betweterige zeepzieder opeens denkt van “zachte zeep“ te kunnen spreken. Dat recht heeft hij niet, althans zou het niet moeten hebben, want elke verandering op zich betekent ergernis.

– palm(-olie): een goedkope grondstof waarvoor het hele Indonesische oerwoud gekapt wordt. Het zit in zeep, drop, pizza, enz. Het is eigenlijk een surrogaat, want eigenlijk wil je echte boter, echte zeep, enz. Het lijkt goedkoop, maar voor elke palmboom sterft een orang-oetang. Maar dat weten de mensen niet. Dus dan is het goed. Ofzo.

– tinderen: Tinder is een tijdrovend fotospelletje op de mobiele rekenaar (ook wel “mobiele telefoon” genoemd) dat de zucht naar die ene liefde belooft te bevredigen. Binnenkort afkickprogramma’s bij de Jellinekkliniek.

———–
* Een typograaf heeft mij “zachtaardig op de vingers getikt” wegens de vergelijking van Royal met Times New Roman en Garamond, omdat de Royal tot “een geheel andere categorie lettertypen behoort; namelijk een niet-proportionele, oftewel monospaced-lettertype.” Het verschil is dat bij dit lettertype de letters (en in de regel de ruimte tussen de letters) vastligt, zodat er geen grote verschillen in de tussenruimtes ontstaan. En er is zelfs een pagina, waarop je de letter kunt binnenhalen voor de rekenaar! Hoera!:
http://site.xavier.edu/polt/typewriters/royalquietdeluxe.html